maandag 21 augustus 2017

Team 1 2016/2017

                                 
  RSB seizoen 2016/2017, Team 1




HZP SCHIEDAM 1 –  RSR IVOREN TOREN 3   5 – 3 (RONDE 7)

EGO...
Afgelopen maandag kreeg ons eerste team in de laatste ronde van de RSB competitie bezoek van het derde team van RSR IVOREN TOREN. Er stond niets meer op het spel: beide teams konden niet meer promoveren of degraderen. Toch was het wel belangrijk. Zoals een vroegere wedstrijdleider eens zei: “Het gaat om EGO en ELO”.

In dit verslag gebruiken we de ratings van februari 2017.

Aan bord 3 had Frans Groeneweg (rating 1771) zwart tegen Arend Bongers (1836). In de opening kwam Arend volgens Fritz ongeveer de waarde van een pion voor. Maar dit voordeel verdween grotendeels. De partij was nog nauwelijks begonnen toen Frans een stuk sloeg. Arend sloeg terug met zijn dame. Vervolgens bedreigde Frans die dame met een gedekte loper en de dame had geen veld. Arend gaf direct op. Frans is in een interne partij op soortgelijke wijze zijn dame al eens kwijt geraakt. Er was dan nog niets aan de hand, je ziet niets aankomen en dan ineens denk je “Nee hè”. (1 – 0).

Frans: wie wint die schrijft...

Frans had nu het voorrecht om het verslag te schrijven. Het was nog vroeg en aan de andere borden was nog niet veel aan de hand.

Aan bord 8 speelde Daan van Loenen (1603) met wit tegen Leon Cornelissen (1543). Er werden drie stel stukken geruild. Daan had slechtere pionnen, maar hij kon dit repareren. Er ontstond een eindspel met beiden alleen vijf pionnen en beide koningen in het centrum tegenover elkaar. Leon bood remise aan en Daan accepteerde (1.5 – 0.5).

Daan: remise...

Cees Verhagen (1860) speelde aan bord 5 tegen Wouter Scheffer (1599). Een enorm ratingverschil in ons voordeel. Er werd veel afgeruild en er ontstond een eindspel waarin beiden een loper, een paard en 7 pionnen hadden. De lopers werden geruild. Toen veroverde Cees een pion en met zijn koning kon hij nog meer pionnen bedreigen. Wouter gaf op (2.5 – 0.5).

Cees (r) gewonnen...

Aad Juijn (1933) speelde met zwart aan bord 1 tegen Dick Straathof (1846). Dick ging niet in op het gambiet dat Aad hem voorschotelde. Ondanks dat beide heren tegengesteld rokeerden bleef de stelling in een zeker dynamisch evenwicht. Dick consumeerde wel beduidend meer tijd. Gezien de voorsprong en de situatie aan de andere borden bood Aad reeds op de 15e zet remise aan, hetgeen na lang nadenken door Dick werd geaccepteerd…

Met deze remise werd het 3 – 1.

Aad: korte remise...

Aan bord 7 speelde Arnold van der Kammen (1469) tegen Rob van der Lee (1733). Hier een enorm ratingverschil in ons nadeel. Rob viel de koningsstelling aan met D+L+P, maar alles was gedekt. Er werd geruild. Daarna hadden beiden 2T+2P, Rob had 7 pionnen, Arnold had 6 pionnen, maar Rob had slechtere pionnen. Er werd remise overeengekomen. Gezien het enorme ratingverschil een prima resultaat van Arnold (3.5 – 1.5).

Arnold: wandeling in het park
Arnold zelf leverde als extraatje de volgende bijdrage: Als joker invallen voor het 1e team. In principe verandert er niets. Het slachtbankseizoen voor het 2e team is voorbij. Als je dus nog in die flow zit is invallen voor het 1e een wandeling door het park. Nu gaan alleen mijn wandelingen door het schaakbord park vaak gepaard met nogal onstuimig weer. Mijn tegenstander is de heer R. van der Lee. Ratingverschil: 278 punten in het voordeel van de heer van der Lee. Nog voor het begint belooft het donkere wolken boven het schaakbord. Achter de zwarte stukken gezeten komt de Robatsch op het bord. Om het één en ander te vermijden schakelde ik over naar mijn vertrouwde Crab ook al kan die door de kleinste onoplettendheid veranderen in Crap! Kennelijk bezit ik de “gave” om een probleem in en stelling niet op te lossen maar te verhullen met nog een probleem en alsof dat niet genoeg dat weer oplossen met een derde probleem. Uiteindelijk heb ik zoveel chaos gecreëerd dat ikzelf even niet meer weet wat nu ook alweer het plan was en wat ik met deze chaos aan moet. Gelukkig kent ook chaos orde, regelmaat en grenzen. Een legale zet buiten het schaakbord, anders dan een geslagen stuk verwijderen,  is mij bijvoorbeeld onbekend. De kunst is dus te gaan zoeken naar de orde en de regelmaat in de chaos. Zo rond de 15 zet vlecht ik probleem op probleem op probleem in de stelling. Wit lijkt op een walk over af te stormen. In de chaos vindt ik keer op keer de voor mij enige ordentelijke zet. Langzaam maar zeker ontvlecht ik de problemen. Uiteindelijk sta ik een pion achter. Daar staat tegenover dat wit een dubbelpion heeft. Op de 30e zet doe ik een remise voorstel wat geaccepteerd wordt. De analyse van het spel is kennelijk bijzonder boeiend want enkele aanwezige (gast)kopstukken analyseren het één en ander. Bij het overeenkomen van remise lijkt het alsof zwart zetdwang heeft. De RSR cracks Nathanaël Spaan (2115) en Philip Westerduin (2002) laten echter zien dat het echter inderdaad maar “lijkt”. Nadat  enkele lastige vraagstukken opgelost werden door de analisten bleek er niets anders dan remise in te zitten! Een lastige maar leuke partij. Het seizoen afsluiten met de gedachte dat nu eens dat halve puntje heeft bijgedragen aan de teamoverwinning voelt best goed na de partijen in het tweede team en de daarbij horende reeks nederlagen.


Arnold: remise, en dus 'n uitstekend debuut!

Theo van Zessen (1783) speelde aan bord 4 met wit tegen Mark Beijen (1824). In het begin kwam Theo een pion achter en hij had slechtere pionnen. Mark viel aan. Beiden hadden D+2T+P. Mark had 6 pionnen en Theo had 5 pionnen. Er werd geruild en hierna vielen beiden om beurten aan. Theo veroverde zijn pion terug. De koning van Theo stond op de achterste rij achter pionnen en zijn toren dekte de onderste rij. Tot Theo zijn toren naar voren speelde en de koning van Theo stond mat achter de paaltjes. Het “Nee, hè” moment van Theo. Grappig is dat de interne partij waarbij Frans zijn dame liet insluiten, was tegen Theo. En zo was de “Nee, hè” cirkel rond (3.5 – 2.5).

Theo: "mat achter de paaltjes"...

Andries Schukking (1692) had wit aan bord 6 tegen Arrian Rutten (1671). In deze partij gebeurde van alles. Arrian viel aan, veroverde een pion en bleef dreigen. Toen gaf Arrian zijn loper weg. Er ontstond een eindspel waarin Arrian een toren en 6 pionnen had en Andries een toren, een loper een 4 pionnen had. Beiden veroverden pionnen. Andries weigerde remise, maar uiteindelijk werd het toch remise (4 – 3).

Andries (l): toch nog remise...

De beslissing zou vallen aan bord 2 waar Daniël van Loenen (1902) met wit speelde tegen Sebastiaan Janse (1784). Beiden rokeerden kort en toen werd het heel druk op de koningsvleugel. Sebastiaan ging met f- en g-pion naar voren. Het werd erg spannend. Na afruil weigerde Daniël remise en hij komt beter te staan. In het eindspel dreigt Daniël te gaan promoveren en wint.

Daniël: matchwinner!

3e plaats!
Hiermee wonnen we met 5 – 3. We eindigen waarschijnlijk op de derde plaats (sommige teams moeten nog spelen). Topscorers zijn Daniël van Loenen en Aad Juijn, beiden met 5 punten uit 7 wedstrijden. John van Baarle scoorde 4.5 punten, maar daar had hij maar 5 wedstrijden voor nodig.

Het persbericht van deze wedstrijd, dat o.a. is gestuurd naar de regionale kranten en Look TV leest u hier... 

Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg
Eigen bijdrage: Arnold van der Kammen
Gedachtebeheer: Aad Juijn





Dordrecht-2  –  HZP Schiedam-1    4.5 – 3.5  (ronde 6)

Afgelopen dinsdag speelde ons eerste team een uitwedstrijd tegen Dordrecht-2. Voor beide teams stond er veel op het spel. Dordrecht stond bovenaan en wilde dat natuurlijk graag zo houden. Wij waren bijna veilig voor degradatie, maar het zou nog kunnen misgaan. Enige wedstrijdpunten zouden dus welkom zijn, of anders zouden we veilig zijn als WSV deze week zou verliezen (WSV verloor inmiddels met 1,5 - 6,5 van de Willige Dame).

... aardige mensen in Dordrecht
(maar ze winnen wel!)
Toen we net aan tafel zaten werd Frans Groeneweg door spelers van Dordrecht aangesproken: “Jullie hebben een leuke website, vooral ook de tekstballonnetjes zijn leuk met al die humor”. Toen Frans later remise aanbood kreeg hij van omstanders direct commentaar: “Niet doen, dan ben jij eerder klaar dan Aad Juijn en dan moet jij het verslag schrijven!”. Ongelofelijk: zij citeren uit onze website! Webmaster Aad Juijn zal dit allemaal ongetwijfeld prachtig vinden. En: aardige mensen in Dordrecht!!!

Bij de volgende verslagen gebruiken we de rating van februari 2017.

Snipverkouden = Grog = Groggy
Aan bord 5 had Frans Groeneweg (rating 1771) wit tegen Sander Vogelesang (1946). Frans had daarmee de eer om tegen de speler met de hoogste rating bij het team van Dordrecht te spelen. Maar er was compensatie: Sander was snipverkouden en dat zal de concentratie niet ten goede komen. Maar Sander benadrukte dat dit geen invloed had. Frans kwam volgens Fritz in de opening de waarde van een pion voor, maar na de 10e zet vond Fritz de stand gelijk. Daarna kwam Frans iets slechter te staan (de waarde van een halve pion). Op de 25e zet was het volgens Fritz gelijk. Frans bood remise aan, maar Sander wilde doorspelen. Beiden hadden een loper, een paard en 6 pionnen, die precies op dezelfde lijnen stonden. De pionnen van Frans stonden op zwart en veel pionnen van Sander stonden op wit. Frans had een witveldige loper, dus de goede loper (op de kleur van de pionnen van de tegenstander). Sander had ook een witveldige loper, dus een slechte loper. Frans had een probleem: de loper van Sander pende het paard van Frans en als Frans het paard zou spelen, kon Sander de lopers ruilen en dat wilde Frans niet, want hij had de goede loper! Tot verbijstering van Frans loste Sander het probleem op: Sander sloeg het paard. Nu was het dus de goede loper van Frans tegen het paard van Sander. Fritz vond dat door die ruil Frans van een achterstand van 0.2 pion naar een voorsprong van 0.2 pion was gegaan. Het was dus nog lang niet uit. Beiden brachten eerst hun koning op het beste veld. Daarna ging Frans met pionnen naar voren om open lijnen voor zijn loper te krijgen. Dit lukte en Frans kwam volgens Fritz op de waarde van een pluspion. Sander probeerde een vrijpion op de koningsvleugel te krijgen, maar dat liep vast. Frans veroverde een centrumpion en had toen twee verbonden vrijpionnen in het centrum en dat besliste snel. En daarmee stonden we om kwart voor tien met 0 – 1 voor.

Frans als eerste klaar (gewonnen), en dus verslag schrijven...


Aan bord 4 had Theo van Zessen (1783) zwart tegen Hans Berrevoets (1915). Weer een groot ratingverschil. Na de opening van Hans speelde Theo een scherpe variant. Hans ging hier niet op in en Theo kreeg een voorsprong in ontwikkeling en een pluspion. Theo dacht te gaan winnen. Ton Slagboom van Dordrecht zag voor Theo een winnende probleemzet. Maar Theo zag die zet niet en het werd remise (0.5 – 1.5).

Theo (l): remise...


Aan bord drie had Aad Juijn (1933) wit tegen Ton Slagboom (1881). Ton stelde zich compact op, en Aad valt graag aan. Op het oog leek wit gevaarlijke kansen op de koningsvleugel te krijgen, nadat beide spelers kort hadden gerokeerd. Ton heeft echter dit seizoen in RSB verband nog niet verloren (+1, = 4) en dat vermoedde een stabiele tegenstander. Op de 18e zet zocht Aad het avontuur met h4… maar plaatste tevens een remise aanbod. Een riskante stelling voor beide spelers, die feitelijk vlak voor de storm in remise eindigde (op dat moment zag het er voor HZPS vrij rooskleurig uit).

Aad: tactisch remiseaanbod,
dat achteraf niet goed uitpakte...


En met deze remise stonden we in de tussenstand 1 – 2 voor.

Aan bord 2 speelde Daniël van Loenen (1902) met zwart tegen Marcel Pluymert (1938). Toen Frans voor het eerst langs liep hadden beiden de dame, een witveldige loper en 8 pionnen. Daniël had de slechte loper. De dames werden geruild en het was remise (1.5 – 2.5).

Ook voor Daniël remise...


John van Baarle (2107) had wit aan bord 1 tegen Iwahn Apon (1848). Hier dus een enorm ratingverschil in ons voordeel. John had in het middenspel iets meer ruimte en hij viel aan. Na enige tijd stond John de kwaliteit en een pion voor. Een stel paarden werd geruild en John veroverde nog een pion. Toen vond Iwahn dat het genoeg geweest was en hij gaf op.

FM John: soepeltjes naar de winst...


Hiermee was het 1.5 – 3.5 in ons voordeel. Wouw!! Zouden we gelijk gaan spelen of zelfs gaan winnen??? De beslissing zou vallen aan de borden 6 – 8.

Aan bord 6 speelde Andries Schukking (1692) met zwart tegen Johan van de Griend (1844). Weer een groot ratingverschil, nu in ons nadeel. Het was erg druk voor de koning van Andries. Toen deed Andries een opzienbarende zet: hij zette zijn dame zo, dat die door een toren geslagen kon worden. Andries zou dan materiaal terug winnen bij de koning van Johan. Helaas: de variant klopte niet en Andries kwam fors in het nadeel en gaf op (2.5 – 3.5).

Andries: variant klopte niet en dus verlies...


Aan bord 7 speelde Gerard Turkenburg (1577) met wit tegen Victor Koppelaar (1818). Leuk voor Gerard: mag je invallen en dan zo'n ratingverschil tegen!! Toen Frans voor het eerst keek had Gerard in het eindspel een vrijpion op de a-lijn extra!!! Klasse Gerard!! Victor drong met een toren binnen op de tweede rij maar Gerard sloeg die aanval af. Helaas gaf Gerard een paard weg en toen was het 3.5 – 3.5.

Gerard: paard kwijt en dus verloren...


Toen hing alles af van bord 8. Daan van Loenen (1603) had zwart tegen Ben Sitton (1815) Wat een ratingverschil!!! Ben viel aan op de koningsvleugel en daardoor moest Daan met zijn g -pion op f6 slaan en stond er dus geen g -pion meer voor zijn koning. Beiden hadden D+T+P+6 pi, maar Daan had een slechtere pionnenstelling. Ben viel de koningsstelling aan met dame plus toren en Daan kon die aanval niet keren en verloor.

Ook Daan ging ten onder...


Dordrecht bijna kampioen!
Daarmee verloren we met  4.5 – 3.5. Dus geen wedstrijdpunten voor ons, maar wel veel bordpunten. Nu dus afwachten wat WSV kan presteren: verliest WSV dan zijn we echt veilig, maar wint WSV dan zouden onze veroverde bordpunten belangrijk kunnen worden (inmiddels is bekend dat WSV verloor, en dus is HZPS sowieso gehandhaafd).
Uiteraard gaan de felicitaties naar het team van Dordrecht dat zijn promotiekansen weer verbeterde.

Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg
Gedachtebeheer: Aad Juijn 


Erasmus 2 – HZP Schiedam 1   4 – 4  (Ronde 5)

Gezelligheidsmodus…
Voor het eerste team van HZP Schiedam is de opdracht eenvoudig, dit seizoen. Her en der puntjes sprokkelen en dan blijven we vanzelf uit de gevarenzone. De ervaring leert dat je met zes matchpunten zo’n beetje veilig bent. In twee seizoenen tijd moesten we het vertrek van drie sterke spelers met lede ogen aanzien. Jan Zoorob (1917) en David van der Mast (1918) meenden het toch al sterke Shah Mata nog sterker te moeten maken, en Alex Kapitonenko (2051) pakte het nog extremer aan en flikkerde zijn schaakbord en stukken zelfs in de open haard. U begrijpt dat een dergelijke amputatie het herzien van de ambities in de hand heeft gewerkt. We zijn m.a.w. in de ‘gezellige’ modus van “meedoen is belangrijker dan winnen” terecht gekomen, wel met de aantekening dat af en toe achterom gekeken moet worden, of het degradatiespook ons niet op de hielen zit. Dit seizoen verloopt gezien de omstandigheden echter boven verwachting, we maken het zowaar de promotiekandidaten bepaald niet gemakkelijk. De Willige Dame kwam zelfs met de schrik vrij, en kwam met het nodige geluk tot twee matchpunten. Een van de teams die nog meedraait om het kampioenschap, te weten Dordrecht 2, staat voor de volgende ronde geprogrammeerd. Ik doe niet meer aan voorspellingen, daar we nogal onvoorspelbaar zijn, in ieder geval zullen ze er niet helemaal gerust op zijn daar in Dordt…

Fanclub…
Fanclub HZPS...
Teamleider Theo van Zessen kende voor deze wedstrijd geen problemen wat betreft de opstelling, het vervoer was even schipperen, maar werd keurig opgelost. Andries zou Frans, Cees en Theo ophalen. Daniël zou bij het clubhuis John en Aad oppikken om dan vervolgens zijn vader Daan bij zijn woonadres op te halen. Op weg naar Daan drukte Daniël, ondergetekende en John nog op het hart dat wij met zijn drieën (bord 1, 2 en 3) in ieder geval moesten winnen om vanavond met het team een behoorlijk resultaat neer te zetten. Deze stelling werd unaniem onderschreven. De reis was kort, voor we het wisten waren we aanbeland bij het gezellige onderkomen van de s.v. Erasmus, het restaurant/bar gedeelte van de woonzorglocatie “Laurens Borgsate” aan de Meidoornsingel. Andries en zijn passagiers waren reeds eerder gearriveerd. Voor mij staat een uitwedstrijd bij Erasmus bijna gelijk aan een thuiswedstrijd, vele bekenden (o.a. opgedaan bij mijn verslaggeving tijdens de RSB PK’s), kortom een gemoedelijk en daardoor ontspannen sfeertje. Verrassend te noemen was verder het feit dat er twee supporters uit wel zeer onverwachte hoek opdoken… Jan Zoorob en David van der Mast hadden besloten hun ‘ouwe’ maatjes mentaal bij te staan. Een leuk initiatief! Er was nog een oud lid aanwezig, maar deze speelde vanavond tegen ons. Ruud Dröge, als u hem nog kent tenminste (… is denk ik al 20 tot 30 jaar geleden, dat wel). Naast de twee eerder genoemde fans Jan en David, bleek de tegenstander van Theo, Gilles Donze ook een fan van ons… Om preciezer te zijn, van onze website. Gilles is met name fan van de ballonnetjes met teksten, de gehele sfeer deed Gilles sterk denken aan de getekende strip “de stamgasten” van Toon (van Driel).

Toon van Driel...


Copy-paste…
Theo: wel telefoon
Wat betreft de partij besprekingen, het is genoegzaam bekend dat de strijd om het verslag te ‘mogen’ schrijven er een is tussen Frans en Aad, “wie het eerst komt, het eerst maalt”, is de afspraak. Aad was deze keer de ‘gelukkige’ winnaar van de tweekamp die als inzet dus het toetsenbord heeft. Omdat ik vanavond meer tijd doorbracht achter mijn bord in plaats van langs de borden lopend, vroeg ik na afloop van de partijen aan de heren hun eigen bevindingen over hun partijen door te mailen. Theo doet niet aan computers, laat staan dat hij de term mailen kent. Een telefoon is er echter nog net wel in huize van Zessen, en dat bracht uitkomst. Daan bekeek het nog slimmer, en overhandigde mij zijn notatiebiljet, nog net niet met de mededeling “hier, zoek het zelf maar uit”. Andries baalde zo van het herhaalde verprutsen van zijn gewonnen staande stelling, hij stuurde mij zijn partij in een PGN bestandje, ik moest maar zien wat ik er over schreef. De overige heren stuurden een samenvatting over hun pareltje, dat is handig want copy-paste. Ik gebruik de kersverse februari ratings, en ga in chronologische volgorde langs de partijen… Komt -ie!

Stom… stom…
Aan bord 7 (wit) speelde Cees Verhagen (1860) tegen ons oud lid Ruud Dröge (1809). Cees mailde het volgende commentaar: Na een rustige dame pion opening besloot ik een pion te offeren voor of dame tegen twee torens of het binnen komen op de zevende rij met mijn toren. Zwart koos voor het laatste. Nu staat in bijna alle boekjes die ik heb dat een toren op de zevende rij winnend is. Daar ging ik dus ook vanuit en dacht dat ik ook nog wel even tijd had om een pionnetje terug te winnen. Dat was echter een fout… Dit gaf zwart net tijd om zich los te wurmen. Op de terugweg in de auto schoot me een sterkere zet te binnen. Thuis bleek met mijn bordje bleek dit ook het geval... stom... stom. Had het zwart vele malen moeilijker kunnen maken en waarschijnlijk meer. Sorry!
½-½             

Cees: stomme remise?


Maatje te groot…
Bord 8 (zwart) werd bemand door Daan van Loenen Sr. (1603). Tegenstander Davin Mostert (1810) was qua rating duidelijk de favoriet. Davin bediende zich van een weinig ambitieus systeem, en Daan bereikte gemakkelijk gelijkspel. Na 11 zetten waren nog slechts de zware stukken en voor beide heren een loper (tegengestelde kleur) plus voor beide een zevental pionnen op het bord te vinden. Daan verzuimde tegenspel met de pionzet c5 te zoeken, maar deed dit juist met de zet f5. Een hangpion op e6 werd het niet te redden zorgenkind. Na een foutieve koningszet ging ook nog eens een zwarte loper verloren, en daarmee natuurlijk de partij…
1½-½

Daan: tegenstander, maatje te groot...


Helpende hand…
Aan het witte bord 3 speelde Aad Juijn (1933) tegen Pim Kleinjan (1838). Pim liet zich niet in op de door Aad aangeboden gambiet pion, en stelde zich rustig op. Toch kwam wit langzaam maar zeker in het voordeel. Aad overschatte echter zijn kansen, en dat bracht Pim in de gelegenheid de stelling te nivelleren. De stelling was van dien aard dat zwart toch op zijn tellen moest passen, de witte stukken waren dreigend aanwezig op de zwarte koningsvleugel. Pim had kennelijk geen zin meer om voorzichtig te blijven manoeuvreren en startte een nogal onbesuisde aanval op de witte koning en dame. Het zwarte offerfeest resulteerde uiteindelijk in zwart torenverlies, en even later in mat achter de paaltjes… Bovendien resulteerde het zwarte offerfeest voor ondergetekende in het schrijven van dit verslag, waarvoor nog mijn dank Pim!
1½-1½

Aad: winst op Pim en Frans...


Primeur…
Aan bord 1 (wit) vinden we natuurlijk FM John van Baarle (2107). Tegenstander Leo Verhoeven (1925) vertrouwde mij vlak voor zijn partij tegen FM John toe, nog nooit tegen FM John te hebben gepeeld. FM John mailde mij het volgende over deze primeur: In mijn partij tegen Leo Verhoeven ontstond de Tartakower variant van het Damegambiet, wat mij op mijn leeftijd beter ligt dan de dubieuze gambieten, waarmee sommige spelers mij menen te moeten bestrijden. In een scherpe stelling offerde ik een pion, hetgeen zwart de keuze liet dit aan te nemen of af te slaan. Mijn inziens nam zwart de juiste beslissing. Er ontstond nu een gecompliceerd middenspel. In deze fase miste Leo een goede verdedigingsmogelijkheid, waarna hij in een zeer passieve stelling geraakte. In hevige tijdnood was het voor Leo ondoenlijk in deze moeilijke stelling de beste zetten te vinden.
1½-2½

FM John: gedecideerd naar winst...


Altijd?
Aan het zwarte bord 4 speelde onze voorzitter en teamleider Theo van Zessen (1783) tegen Gilles Donze (1848). Voor de partij begon Gilles met de vraag: speel jij altijd aan bord 4? Het antwoord van onze doctorandus in het Nederlands liet zich natuurlijk raden… Nee! Ondergetekende volgde aan het belendende bord de conversatie, en meende te moeten verduidelijken… “Gilles bedoelt waarschijnlijk dit seizoen”… Het antwoord van Theo: “O, dit seizoen wel”. In gewone spreektaal gebruikt men superlatieven als ‘altijd’ vaak meer met de bedoeling van ‘meestal of eventueel de laatste tijd’. Voor een Neerlandicus is dit natuurlijk onbestaanbaar. De partij belandde voor Theo in bekend vaarwater. Theo had het gevoel beter te staan, maar kon e.e.a. toch niet echt goed doorrekenen. Routinematig vervolgde Theo zijn partij, en speelde meer op intuïtie dan op het calculerende vermogen (naar eigen zeggen). Toen beide heren remise overeenkwamen was Gilles daar, gezien de stelling, het meest content mee…      
2-3

Theo: remise tegen website fan Gilles...


Doorgeslagen…
Aan het witte bord 5 speelde Frans Groeneweg (1771) tegen André Boon (1852). Frans mailde het volgende verslagje: Frans Groeneweg had wit aan bord vijf tegen André Boon. André rokeerde kort. Frans had er zin in: lange rokade en de pionnen op weg naar de koningsstelling van André. André had hetzelfde idee: met de pionnen naar de koning van Frans. De dames gingen van het bord. Zowel de h -lijn als de c -lijn ging open. Meestal was de partij vrijwel in evenwicht. Tot André het initiatief naar zich toe trok en met al zijn stukken naar de koning van Frans ging en dat sloeg door.
3-3

Frans kon het niet redden...


De pest in…
Aan bord 6 speelde Andries Schukking (1692) met zwart tegen Henk de Kleijnen (1786). Andries had na de partij behoorlijk de pest in, want hij voelde op zijn klompen aan (Andries heeft zijn roots in Friesland) dat hij het in de partij goed had laten liggen. Daags na de partij stuurde Andries mij een PGN bestand van zijn partij, met de aantekening dat ik er zelf maar iets van moest maken. Vooruit dan maar. In een gesloten opening (alle pionnen bleven tot de 18e zet op het bord) weet Andries beetje bij beetje groot voordeel tot gewonnen te staan te realiseren. Op de 27e zet besluit Andries de stelling open te breken d.m.v. een loperoffer (voor 2 pionnen). Stockfish geeft dan 3 nulletjes voor de stelling. De compensatie die zwart heeft zit hem in een tweetal verbonden en gepasseerde centrumpionnen. Wanneer Andries besluit de d- pion op veld d3 te zetten gaat het fout, en komt Andries er niet meer aan te pas.
4-3

Andries: kansen gemist, en verloren...


Druk bij Daniël...
En toen lag de druk bij Daniël van Loenen. Daniël vertelde mij na afloop van zijn partij dat hij niet eens wist dat we met 4-3 achter stonden. Maar goed, dat was feitelijk ook niet ter zake doend. Immers het op de heenweg gesuggereerde plan van Daniël behelsde winst aan de eerste drie borden, en zoals u weet Daniël speelde aan twee…


De apotheose…
Wit speelt nu Txe6??
Daniël van Loenen (1902) had zwart aan het tweede bord. Tegenstander Arno van Houten (1838) was behoorlijk aanvallend ingesteld. Daniël mailde het volgende commentaar: Mijn laveerpartij ging over in een hele tactische stelling waarbij mijn tegenstander allerlei gevaarlijke dreigingen had. Volgens Stockfish volgde ik wel het juiste plan met het familie-motto "een pion = een pion" maar het was allemaal razend ingewikkeld. Toen ik alle gevaren het hoofd had geboden kwam ik in een complex maar beter eindspel terecht.  We hadden beiden nog maar weinig tijd en lieten de nodige steken vallen. In het diagram neemt wit mijn pion op e6. Terugnemen kan ik niet omdat mijn f -pion gepend staat. Maar na d1D+! moet wit de kersverse dame slaan en is de penning opgeheven. Een zet later gaf mijn tegenstander op en hadden we de 4-4 (en het begeerde 6e matchpunt) binnengesleept.
4-4

Daniël sleept door winst het gelijke spel binnen...


Persoonlijke drama's...
Een bepaald geen saai gelijkspelletje, persoonlijke drama’s, spannend tot de laatste partij, een waar spektakelstuk voor de aanwezige toeschouwers. Zoals Daniël al zei, de benodigde zes matchpunten zijn binnen, en er volgen nog twee matches, dus wie weet overtreffen we onze doelstelling (zes matchpunten). De volgende wedstrijd is uit tegen Dordrecht 2, de club die als het vrijdag van de rode lantarendrager Charlois Europoort 5 wint de eenzame koploper van klasse 1B is (wij verhuizen in dat verwachte geval naar plek vier). In de laatste ronde ontvangen we dan nog RSR Ivoren Toren 3 dat in deze ronde knap de Willige Dame op een gelijkspel trakteerde. Het verslag door Erasmus bril bezien vindt u hier… Het bericht dat naar de regionale pers is gestuurd vindt u hier...

Verslag/Ballonblazerij: Aad Juijn
Fotografie: Frans Groeneweg       


  
HZP Schiedam 1   –  De Willige Dame 1      3.5 – 4.5  Ronde 4

De Willige Dame...
Het eerste team van HZP Schiedam had de eerste drie rondes gespeeld tegen de teams die nu onderaan staan en had daar 5 wedstrijdpunten uitgehaald en dat betekende de tweede plaats. Maar nu ontving HZP Schiedam thuis het eerste team van De Willige Dame en dat team heeft de hoogste gemiddelde ELO rating van alle teams in de klasse 1B.

Teamleider Theo van Zessen kreeg bovendien bericht van onze eerste bord speler FIDE Meester John van Baarle dat hij verhinderd was. Theo vroeg Hans Schrumpf om in te vallen en de plaats van John in te nemen. Hans wist dat hij een veel sterkere tegenstander zou krijgen, maar zegde toch toe om in te vallen. Wel vroeg hij of hij wit kon krijgen. Theo belde Daniël van Loenen en Daniël wilde wel meewerken: dus Daniël naar het eerste bord en Hans naar het tweede bord. Klasse Hans en klasse Daniël!!

Vooraf waren de verwachtingen aan onze kant niet hooggespannen: verlies leek onvermijdelijk, maar mogelijk konden we wat bordpunten pakken.

Verslag schrijven...
Frans Groeneweg zei tegen de tegenstanders aan zijn tafel dat het weer een wedstrijd zou worden met Aad Juijn: wie het eerst klaar zou zijn met de partij moest het verslag regelen. Er werd geantwoord dat Frans dat verkeerd zei: Wie het, het langst vol hield hoefde het verslag niet te schrijven.

Frans (november rating 1754) speelde met zwart tegen Joop de Jong (november rating 1986). De partij was steeds in evenwicht. Joop probeerde een koningsaanval met de dame, maar Frans pareerde. Remise op voorstel van Frans. De volgende dag vond Fritz dat Frans zelfs licht in het voordeel was gekomen (ongeveer de waarde van een pion). Na afloop van de partij vonden beiden inderdaad dat Frans iets prettiger stond, maar gezien het ratingverschil was Frans tevreden met remise (0.5 – 0.5).

Frans: tevreden...


Dus werken aan het verslag! Frans keek om zich heen en zag dat Daniël van Loenen al eerder klaar was met zijn partij. Daniël (1885) speelde aan het eerste bord met zwart tegen Arjon Severijnen (2147). Ook hier een groot ratingverschil. Daniël zei dat hij iets gedrongen had gestaan, maar zijn stelling was veerkrachtig. Na een totale afruil was het remise (1 – 1).

Daniël: knappe remise...


Inmiddels was het half 11 en er waren nog nergens grote ongelukken gebeurd: overal spanning.

Zoals al vermeld speelde Hans Schrumpf (1520) met wit aan bord twee tegen Remco van Vaalen (2127). Frans heeft het even opgezocht: Dit enorme ratingverschil betekende dat Remco statistisch gezien 98% kans had om te winnen. Zoals al gezegd: klasse van Hans. Hans vermeldde na afloop dat hij twee zetten had verwisseld en daardoor de kwaliteit achter kwam. Remco viel aan op de koningsvleugel. Na afruil won Remco. (1 – 2).

Hans: lang stand gehouden!


Aan bord 7 speelde Cees Verhagen (1856) met zwart tegen Hans Nunnikhoven (1859). Cees had met twee torens een sterke aanval via de open d-lijn. Cees kwam binnen op de tweede rij. Vervolgens viel Cees met vrijwel al zijn stukken aan op de koningsvleugel. De pion g2 voor de witte koning was in grote problemen. Hans kwam materiaal achter en gaf op (2 – 2).

Cees trekt de stand weer gelijk...


Aan bord 8 had Daan van Loenen (1597) wit tegen Pearl Uyttenhove (1566). Wow, wij een hogere rating! Om 11 uur was de stand nog ongeveer gelijk, maar daarna kreeg Daan een aanval. Hij zou materiaal veroveren via een paard vork en Pearl geeft op. (3 – 2). Wat is hier aan de hand??? HZPS staat voor in de tussenstand!! Wie had dat gedacht!!

Daan zet HZPS op voorsprong!


Aad Juijn (1896) had zwart aan bord 3 tegen Edwin van Dongen (1960). In het middenspel hadden beiden 2 torens, de dame, een paard en 7 pionnen. Aad besloot een pion te offeren en kreeg inderdaad initiatief.  Aad kreeg zijn pion terug, maar na afruil stond hij verloren (3 – 3).

Aad: schijnoffensief...


Theo van Zessen (1791) speelde aan bord 4 tegen Freek Schouten (2101). Weer een groot ratingverschil. Theo dreigde op de koningsvleugel. Beiden kwamen in tijdnood. De dame van Theo werd geruild voor twee torens. Theo had nog steeds aanval en een pion meer, maar inmiddels hadden beiden nog maar ongeveer 1 minuut bedenktijd. Remise werd overeengekomen (3.5 – 3.5).

Theo: knap remise!


Aan bord 6 speelde Andries Schukking (1680) met wit tegen Johan Went (1737).  In het middenspel kwam Andries de kwaliteit voor. Maar Andries ging in de fout: na afruil had hij een toren en 7 pionnen en Johan had een toren, een loper en 5 pionnen. Na verdere afruil had Andries 4 pionnen en Johan 2 pionnen en een loper, die echter het hoekveld niet bestreek. Andries verloor. Na afloop was Andries kwaad op zichzelf. Hij wilde er niet eens over praten of hij het eindspel remise had kunnen houden. Hij had willen winnen!!

Andries: pechvogel van de avond...


De Willige Dame laten ontsnappen...
Hierdoor verloren we met 3.5 – 4.5. Vooraf zouden we hiervoor getekend hebben, maar nu was er het idee dat we meer verdiend hadden en dat we de Willige Dame hadden laten ontsnappen.

Na 4 rondes is Aad Juijn nog steeds topscorer met 3 punten. John van Baarle en Daniël van Loenen hebben 2.5 punten.





Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg






OVERSCHIE 2 – HZP SCHIEDAM 1   3½ – 4½  (Ronde 3)

Er degraderen twee teams:
Overschie in gevarenzone...
Afgelopen vrijdag speelde het eerste team van de schaakvereniging HZP Schiedam in de derde ronde een uitwedstrijd tegen het tweede team van Overschie. In de eerste twee rondes had HZP Schiedam gespeeld tegen de teams met de laagste gemiddelde rating (=speelsterkte) en had daaruit drie wedstrijdpunten behaald. De overige wedstrijden moeten tegen teams met een iets hogere gemiddelde rating dan dat van HZP Schiedam, maar de verschillen zijn meestal gering. Maar de gemiddelde rating van HZP Schiedam is scheef getrokken door de hoge rating van FIDE meester John van Baarle. Daardoor kan het dat bij een ongeveer gelijke gemiddelde rating van beide teams, toch meerdere spelers van HZP Schiedam een lagere rating hebben dan hun tegenstander. Overschie had de wedstrijden uit de beide eerste rondes verloren. Er degraderen twee teams, dus Overschie had nu iets goed te maken.

Cees Verhagen (november rating 1856) speelde aan bord 7 met wit tegen Aad Everwijn (novemberrating 1860). Daniël vermeldde dat Cees een schijnoffer van Aad niet gezien  had. Cees verloor wat materiaal, kreeg een slechte stelling en gaf op. Hierdoor kwam Overschie met 1 – 0 voor.

Cees: snel weer thuis!


Aan bord 2 had Daniël van Loenen (1885) zwart tegen Marcel Terluin (1880). Daniël zei dat hij in de opening niet het beste spel vertoond had. Er werd afgewikkeld naar een iets minder eindspel. Marcel bood remise aan. Daniël accepteerde en het was 1½ – ½.

Daniël: vlotte remise...


Frans Groeneweg (1754) had wit aan bord 5 tegen Jeroen van der Meer (1846). Frans verspeelde in de opening een pion en had moeite om zijn stukken prettig neer te zetten. Uiteindelijk ontbrandde een strijd om de open c- lijn. Op die c- lijn stond Frans iets beter (maar wel nog steeds met een pion achter). Frans bood remise aan. Jeroen accepteerde omdat hij niet veel bedenktijd meer had (2 – 1).

Frans: pion achter, toch remise!


Theo van Zessen (1791) speelde met zwart aan bord 4 tegen Arnout van Kempen (1843). Het werd een voorzichtige partij, waar echter wel steeds op dreigingen gelet moest worden. Het bleef ongeveer gelijk, Theo bood remise aan en Arnout accepteerde (2½ – 1½).

Theo: eveneens remise...


FM John van Baarle (2130) had wit aan bord 1 tegen Han Smit (1907). Er ontstond een dame + toren eindspel, waarbij beide koningen onveilig stonden. John had twee pionnen meer. Han bedreigde de dame van John via een penning. Maar John gaf schaak en veroverde een toren, waarna Han opgaf. Nu stond het voor het eerst gelijk (2½ – 2½).

FM John: winst!


Aan bord 3 speelde Aad Juijn (1896) met wit tegen Ronald Ruijtenberg (1953). Aad kwam dreigender te staan en viel aan. Aad offerde een pion, waardoor hij met zijn dame in de stelling van Ronald kon komen. Het was erg ingewikkeld met veel dreigingen. Aad kwam 2 pionnen voor, maar belangrijker: hij bedreigde met dame + toren de koning in een heel open stelling. Ronald gaf op en HZP Schiedam kwam voor (2½ – 3½).

Aad (r): winst!


Aan bord 6 speelde Andries Schukking (1680) met zwart tegen Daan Smit (1787). Andries speelde agressief, drong in de stelling en zette toen een enorme koningsaanval op met vrijwel al zijn stukken: het werd erg druk vlak voor de koning van Daan.  Andries kwam een stuk voor, maar het bleef ingewikkeld. Er werd afgeruild, Andries won het eindspel en haalde daarmee het winnende punt voor HZP Schiedam binnen (2½ – 4½).

Andries: matchwinner!


Gerard Turkenburg (1595) had zwart aan bord 8 tegen Ruud-Jan Kloek die een veel hogere rating had, n.l. 1793. Gerard gaf in de opening een pion weg en dat kwam niet meer goed. Daarmee won HZP Schiedam met 3½ – 4½ en staat nu in de klasse 1B op de tweede plaats achter Dordrecht. Aad Juijn is bij HZP Schiedam topscorer: hij won alle drie partijen.

Gerard: invalbeurt...

Het persbericht omtrent deze wedstrijd leest u hier...

Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg


HZP SCHIEDAM 1 – CHARLOIS  EUROPOORT 5  5½-2½, 2e ronde Klasse 1B

Afgelopen maandag speelde ons eerste team in de tweede ronde thuis tegen Charlois Europoort 5. Vorig seizoen eindigde ons team op de vierde plaats met slechts 6 wedstrijdpunten. Maar dit seizoen moeten we het zonder Alex Kapitonenko en David van der Mast doen. In de eerste ronde had ons team daardoor een gemiddelde rating van slechts 1786 ELO punten. Alleen WSV 1 en Charlois Europoort 5 hadden een lagere gemiddelde rating, resp. 1733 en 1669.

Er degraderen twee teams en dus zijn vooral de onderlinge wedstrijden tussen WSV 1, Charlois Europoort-5 en ons eerste team erg belangrijk voor het voorkomen van degradatie. In de eerste ronde hadden we 4 – 4 gespeeld tegen WSV 1 en nu dus tegen Charlois Europoort 5, dat in de eerste ronde had verloren.


Aan bord 5 had Frans Groeneweg (november rating 1754) zwart tegen Coen van Baren (novemberrating 1637). Frans wilde in de opening te veel en kreeg een geïsoleerde d-pion  waar Coen zwaar op leunde. Frans had de grootste moeite om die pion te verdedigen. Coen had het betere spel en wikkelde af naar een beter eindspel dat hij keurig won (0 – 1).

Frans verloor in het eindspel...


Het was inmiddels half elf. Aad Juijn schaakte nog steeds en volgens afspraak had Frans dan de taak om het verslag schrijven. Frans begon aan het verslag en kwam er toen achter dat de partij van Aad al eerder uit was: Aad was met zijn tegenstander hun partij aan het analyseren. Altijd nuttig. Er waren al meer partijen uit.

Aan bord 1 had John van Baarle (2130) zwart tegen Menno Brandenburg (1721). John vond dat hij iets minder kwam te staan en bood remise aan, mede omdat Menno minder tijd had. Menno accepteerde. Bij het naspelen bleek dat Menno bij het eind van de partij maar een gering voordeel had (½ – 1½).

John (la) kwam niet verder dan remise...


Aan bord 3 had Aad Juijn (1896) zwart tegen Patrick Arends (1658). Patrick wilde met geweld de zaak naar zijn hand zetten, en deed dit middels een schijnoffer in de zwarte koningsstelling. Schaken is (gelukkig) geen dammen dus hoefde het stuk niet geslagen te worden (bij aanname was het mat in 2). Deze losse flodder kostte Patrick twee tempi. Aad verkreeg gemakkelijk spel en kwam na enkele onnauwkeurige acties van wit twee pionnen voor, tot overmaat van ramp ging Patrick in verloren stelling door zijn vlag. 

Aad (la) won betrekkelijk eenvoudig...

Door deze overwinning van Aad was de tussenstand weer gelijk: 1½ – 1½.

Andries Schukking (1680) speelde aan bord 6 met wit tegen André Osinga (1527). Andries had een wat passieve opening en André pakte ruimte, maar speelde te vroeg met zijn dame, waardoor Andries veel tempowinst kon behalen. Hierdoor kwamen de dame en het paard van André klem te zitten. Het paard ging verloren, waarna Andries met een extra stuk positioneel geleidelijk won (2½ – 1½).

Andries gedegen naar winst...


Cees Verhagen (1791) had zwart aan bord 7 tegen Lennart Heijnen (1573). Gerard Turkenburg had gezien dat Cees met torens en een paard op een pion van Lennart drukte, waarbij Cees tevens matdreigingen had. Cees maakte het vervolgens netjes af (3½ – 1½).

Cees (ra) netjes naar de winst...


De overige partijen waren nog bezig. Aan bord 2 had Daniël van Loenen (1885) wit tegen Jan Hendrik Leopold (1613). Beiden hadden de dame, 2 torens, lopers van ongelijke kleur en 7 pionnen. Daniël bedreigde de koningsstelling van Jan. Jan offerde de kwaliteit om deze aanval te stoppen. Maar omdat hij weinig bedenktijd had, gaf hij met een kwaliteit minder snel daarna op. Daarmee was Daniël matchwinnaar (4½ – 1½).

Daniël matchwinnaar...


Theo van Zessen (1791) speelde met wit aan het vierde bord tegen Gerrit Boer (1609). Om half 11 hadden beiden de dame, loper en paard. Theo had vier pionnen en Gerrit had drie pionnen. Maar Gerrit had gevaarlijke pionnen. Omstanders zagen dat Gerrit met één van die pionnen door had moeten lopen en hij zou dan vrijwel direct winnen. Maar Gerrit zag het niet. De onmiddellijke dreiging ging voorbij. Theo bood remise aan en Gerrit accepteerde (5 – 2).

Theo (rv) ontsnapte met remise...


Aan bord 8 speelde Daan van Loenen (1597) met wit tegen Marjolein Osinga-Reiber (1401). Om half 11 was er nog een vol bord. Daan had de dame, 2 torens, 2 lopers en 8 pionnen. Marjolein had de dame, 2 torens, loper, paard en 8 pionnen. Er waren weinig directe dreigingen en remise werd overeengekomen. Hiermee won ons eerste team met 5½ - 2½. Belangrijke wedstrijdpunten en bordpunten voor ons team!!!

Daan: eieren voor geld, en dus remise...


Na twee rondes is Aad Juijn bij ons topscorer met 2 gewonnen partijen. Daarna komen John van Baarle en Daniël van Loenen met 1½ punten. Het persbericht naar de papieren en digitale lokale kranten leest u hier...

Naschrift:
Onze oplettende wedstrijdleider Andries Schukking stuurde mij ter correctie het volgende en dus juiste scoreverloop:

1-0 Andries
1½-½ John
2½-½ Cees
2½-1½ Frans
3½-1½ Aad
4½-1½ Daniel
5-2 Theo
5½-2½ Daan

Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg






WSV 1 - HZP Schiedam 1  4-4  1e ronde Klasse 1 B

Nieuwe ronden, nieuwe kansen?
Dit seizoen veel geluk nodig...
Een nieuw seizoen en dus nieuwe ronden, nieuwe kansen… zou je zeggen. Nieuwe ronden wel, maar nieuwe kansen? Kansen waarop? Vorig seizoen speelden we met een gemiddelde rating van 1913 (vaste basis), maar werden we desondanks toch slechts vierde van de poule. De toenmalig 2e bordspeler Alex Kapitonenko (2051) moest zich wegens andere bezigheden op de maandagavond bedanken, en de toenmalig 3e bordspeler David van der Mast (1908) meende zijn carrière bij Shah Mata te moeten voortzetten. Een en ander betekent dat iedereen naar boven toe opschuift, en er twee man uit het tweede moeten doorschuiven. Deze nieuwe basisspelers zijn Daan van Loenen (1609) en Cees Verhagen (1856). Dit seizoen komen we met de vaste basis op het gemiddelde van 1826 ratingpunten uit. Pakken we weer even de eindstand van vorig seizoen erbij, en dan moeten we constateren dat de twee degradanten met een gemiddelde van 1778 en daar komt ‘ie… 1829 (!) mochten afreizen naar de tweede klasse. Een lichtpuntje is misschien het feit dat onze tegenstander van vanavond WSV 1 (vorig seizoen 1745 rating) ternauwernood en op onderling resultaat (evenveel match en bordpunten met de nummer zeven) zich toch nog op de veilige zesde plaats kon nestelen. We kunnen dit seizoen dus gevoeglijk aannemen dat we degradatieschaak spelen, ieder matchpunt, bordpunt kan bepalend zijn…

Niet helemaal lekker?
... gemiddelde schaker
Onze nieuwe bondscoach dit seizoen is niemand minder dan onze voorzitter Theo van Zessen (o wee, weet waaraan je begint!). Andries Schukking had eerder deze week getracht telefonisch contact met Theo te zoeken, de enige optie want Theo is een notoir computer boycotter, Theo bleek gelukkig onbereikbaar. Andries voelde zich niet helemaal lekker, en had dus willen afmelden. Op de speeldag ging het echter weer en dus deed Andries ‘gewoon’ mee. Cees Verhagen was wel in de gelukkige positie gekomen om Theo te bereiken. Cees voelde zich niet helemaal lekker, en meldde zich met succes af. Wtf is dat toch? “Niet helemaal lekker” kan geen reden voor afmelding zijn. “Niet helemaal lekker” is de natuurlijke staat van de gemiddelde schaker! Als je dat nu nog niet in de gaten hebt. Maar goed, de ene Vlaardinger voor de andere ingewisseld… F.G. Maas was niet te ‘beroerd’ om te spelen. Voor het teamgemiddelde wat ratingpunten betreft had deze wissel wel gevolgen, we moesten nu aan de bak met 1786 ratingpunten. WSV moest de klus klaren met 1733 aan ratingpunten.

O ja, en dan nog even geheel ‘offtopic’: de versnaperingen aan de bar in het Anne Frank centrum waren/zijn uitsluitend te verkrijgen door betaling met uw pinpas… contant geld is daar kennelijk afgeschaft. Het is maar dat u het weet voor als u ingedeeld bent bij een van de WSV teams…    

Knotsgek…
... borden 5 tem 8
Het partijverloop is op geen subtielere wijze te verwoorden. Ondergetekende die eerder met zijn partij klaar was dan collega verslaggever Frans Groeneweg, en dus zoals de afspraak luidt het verslag moest schrijven, kreeg weinig van het eerste deel van de partijen mee. Rond kwart voor elf was mijn partij klaar. Wanneer de partij bespiegelingen niet geheel overeenkomen met de waarheid ben ik dus bij deze verschoond. Enkele spelers mailden mij over het verloop van hun partijen, en een enkele speler heb ik telefonisch ‘ondervraagd’, en van weer enkele anderen heb ik een en ander mondeling meegekregen op de speelavond zelf. Overigens was ik wel getuige van enkele fikse eindspelmishandelingen, met name aan de borden vijf tem acht. Oei, oei, oei… Laten we eens kijken hoe die 4-4 tot stand kwam.     

Gelijkheidsprincipe…
Aan bord 2 (zwart) speelde Daniël van Loenen (1889) tegen Theo Goor (1662). Vaak zijn de partijen van Daniël zeer toegankelijk voor de geïnteresseerde toeschouwer. Daniël streeft (m.i.) naar overzichtelijke stellingen, waarin hij niet plots voor onoverkomelijke problemen zal komen te staan. Een flink nadeel van deze spelopvatting is natuurlijk dat je de tegenstander (ook al heeft hij ruim 200 ELO punten minder) gemakkelijk en comfortabel in de wedstrijd laat komen. De stelling vervlakte al snel en remise werd de uitkomst… De winnaar op punten is Theo, hij krijgt er namelijk 7 ELO punten bij en die gaan er bij Daniël uiteraard af.
½-½

Daniël vlotjes naar remise...


Gelijkheidsprincipe, maar dan anders…
Aan bord 1 (wit) uiteraard ons boegbeeld FM John van Baarle (2126) die Ronald Dannis (1831) tegenover zich geplaatst zag. Hier een ratingverschil van grofweg 300 punten in ons voordeel. FM John mailde mij het volgende:  In mijn partij tegen Ronald Dannis werd ik geconfronteerd met een obscuur variantje van het Budapester gambiet 1 d4 Pf6 2 c4 e5 3 e5: Pe4 Dit bleek ik vorig jaar ook al tegen mij gehad te hebben, tegen Tjerk Tinga. Ik antwoordde toen met 4 a3. Uiteraard was ik die partij vergeten. Nu reageerde ik met 4 Pf3. In een iets betere stelling voor mij speelde mijn tegenstander een beetje passief en ik kon door het bezit van de enige open lijn mijn tegenstander met onoplosbare problemen opzadelen. Noot ondergetekende: In de partijen van FM John lijkt het voor omstanders vaak behoorlijk gelijk te staan. ‘Gelijkstaande’ eindspelen weet FM John toch vaak te verzilveren, hij blijft namelijk duwen en trekken totdat de meestal lager gerate tegenspeler een klein of groter slippertje maakt…
½-1½

FM John... op zijn gemakkie naar de winst!


Dwangbuis…
Ondergetekende Aad Juijn (1889) trof aan het witte bord 3 Wim Mulder (1721) tegenover zich. In mijn hoedanigheid van verslaggever van de edities 2010 tem 2015 van de persoonlijke kampioenschappen van de RSB had ik Wim in 2011 kampioen van de B groep zien worden. Bovendien hield Wim onze kopman FM John vorig seizoen keurig op remise. Wanneer Wim de ruimte krijgt om zijn zeer gevaarlijke tactische kwaliteiten te botvieren dan kan je zomaar een buitengewoon akelig avondje beleven. In een gambiet dat Wim niet aannam kwam hij al snel ingesnoerd te staan, dat nam zulke ernstige vormen aan dat de complete damevleugel van zwart zich in een soort van dwangbuis bevond. Tegelijk had wit aan de andere kant een fikse koningsaanval ingezet, de stelling liep vanzelf en er restte uiteindelijk niets anders dan opgave…
½-2½

Aad: gelijkmatige overwinning...


Wel of niet slaan…
Aan bord 4 (zwart) speelde voorzitter en tevens de bondscoach Theo van Zessen (1792) tegen Hans van Woudenberg (1775). Toen ik even langs liep zag ik een overbezet en dus superdruk centrum, het wemelde er van de stukken. Een partij die mij noopte tot snel doorlopen. Zaterdagmiddag even Theo gebeld om te vragen of ‘ie er inmiddels uit was. Er blijkt een kritiek moment in de partij te zijn geweest waar Theo een pion op b2 had kunnen winnen, en daardoor zelf een vrijpion op b3 had kunnen overhouden. Zoals door verkeersveiligheid wordt aangegeven: “bij twijfel niet inhalen”, zo ging Theo met deze situatie om. Het leek te gevaarlijk, en het was allemaal niet goed te overzien, door Theo althans. Achteraf bleek dat zwart had kunnen nemen, met goede winstkansen in het vooruitzicht. Helaas… nu eindigde de partij in remise, en daar was Hans het meest blij mee.
1-3

Theo vertrouwde de pionwinst niet, en dus remise...


Een fraaie tussenstand (voor ons dan) en nog vier borden bezig, waarvan drie borden gelijke kansen hebben, en één bord met een pionnetje achterstand maar dynamisch tegenspel. Maar dan beginnen er ‘gekke’ dingen te gebeuren…

“Ouwe taaie”…
Invalkracht F.G. Maas (1542) speelde aan het witte bord 7 tegen Bert van der Knaap (1674). Een dikke 100 punten in ons nadeel. Daar is tijdens de partij niet veel van te merken. F.G. onderneemt actie op de damevleugel, en ontwikkelt daar flinke druk. Een ver opgerukte vrijpion verschijnt op b6, het zwarte loperpaar staat passief maar heeft de zaak nog precies onder controle. Toch lijkt remise het hoogst haalbare… totdat F.G. met een paardoffer de zaak meent te moeten compliceren. De schrik slaat iedere rechtgeaarde HZPS’er om het hart, het ‘offer’ is een Fata Morgana! Toch laat Bert zich overbluffen en negeert het geschenk… tot grote opluchting van de HZPS’ers. Een fikse afruil volgt en de partij komt in een potremise toreneindspel terecht met dito resultaat! Opluchting alom, en kudos voor F.G.  
1½-3½

Invalkracht F.G. als in zijn betere jaren!


Relativiteit van het ‘onmogelijke’…
Als Daan van Loenen (1609), die vanavond aan het ‘donkerzwarte’ bord 8 Theo Huijzer (1688) te bestrijden kreeg, had geweten wat zijn lot later op de avond zou worden, dan had hij vast niet meegedaan. Aanvankelijk deed Daan het prima. Daan hield gemakkelijk stand, en het ene na het andere stuk werd geruild. In het eindspel van T+L en 7 pionnen, en dat voor beide heren, leek er geen vuiltje aan de lucht. De torens en lopers gingen ook de doos in, en nog wat pionnen gingen eraf. Beide koningen konden niet meer in elkaars stelling verzeilen… dacht iedere aanwezige. Daan zijn zoon Daniël merkte nog op dat al zou je willen verliezen, dat dit zelfs onmogelijk zou zijn… en zo leek dat ook. Deze partij lieten we los, en gingen bij de partijen kijken die er nog toe deden. Even later toch nog even kijken bij Daan waarom die remise nog niet op het wedstrijdformulier stond. Groot, heel erg groot was de verbijstering bij aanschouwing van de inmiddels ontstane stelling. Daan had het op onnavolgbare wijze klaargespeeld een pion achter te komen, en stond nu schier verloren, hetgeen even later ook een feit werd. Ik weet nog niet hoe het heeft kunnen gebeuren, en omdat ik geen sadist ben heb ik Daan ook maar niet meer gebeld…
2½-3½

Daan: kon wel door de grond zakken...


Gegeven paarden en niet in de bek kijken, of zo iets…
Aan het witte bord 6 speelde Andries Schukking (1690) tegen Peter de Louw (1762). Andries komt in voor hem bekend vaarwater terecht, en steekt een pionnetje in de zaak. De pion wordt uiteindelijk gewoon een pion achter, en van echte compensatie is geen sprake. Peter blijft gedegen spelen en Andries moet blijven hopen op een slippertje van wit. Dat slippertje blijft uit en van lieverlee verdwijnen de stukken naast het bord. Wanneer Andries onder tijdsdruk ook nog eens een paard cadeau doet lijkt het doek definitief gevallen. Peter doet zijn paard even later ook in de aanbieding, maar staat in het resterende dame-eindspel nu wel 2 pionnen voor. Wanneer Peter er in slaagt om ook de dames te ruilen geeft Andries zich meteen gewonnen…
3½-3½

Andries: kopje onder...


Het lekkerst voor het laatst…
Aan bord 5 speelde Frans Groeneweg (1754) met wit tegen de precies even hoog ingeschaalde Eduard Philipse (1754). Frans mailde mij het volgende commentaar:  Frans had wit en wilde aanvallen! Eduard had kort gerokeerd en Frans speelde g4. Eén ding was zeker: het zou geen saaie partij worden. Het werd erg ingewikkeld, want er dreigden offercombinaties. Maar volgens Fritz bleef het geruime tijd ongeveer in evenwicht: om beurten een klein voordeeltje. Op de 25e zet viel Eduard een loper van Frans aan.  Niets aan de hand: loper weghalen. Zo dacht Eduard er ook over. Maar die loper dekte een essentiële pion. Frans zag het direct na zijn zet. Eduard zag het gelukkig niet. Toch kwam Eduard licht voor te staan. Het bleef erg ingewikkeld en uiteraard vond Fritz dat beiden af en toe iets beter hadden kunnen spelen. Daarna niet meer genoteerd, maar Frans kwam in een minder eindspel. Tot opluchting van zijn teamgenoten frommelde Frans bij de stand 3½-3½ een remise bij elkaar. Noot van ondergetekende: Frans gebruikt het eufemisme ‘minder eindspel’… de omstanders waaronder ook enkele deskundigen waren het unaniem eens over het feit dat Frans enkele malen verloren stond. Niettemin mogen we Frans erkentelijk zijn (en Eduard niet in het minst) dat de partij hoe dan ook nog in remise eindigde!
4-4

Frans: toch een soort van matchwinner...

   
Waren de druiven nu zuur?  
Het is maar net wat je smaak is, of naar welke kant je het relativeert. Het is een duur punt dat we hebben laten liggen, aan de andere kant: wanneer je met nul punten naar huis had gegaan, had je ook niets te zeggen gehad. Winst had ook nog gekund… Kortom, hier kom je niet uit. We richten ons maar op de volgende tegenstander, en dat is Charlois Europoort 5.

Over zuur gesproken…
Frans Vreugdenhil
en de erfenis van John...
Net als op de heenweg reden John en ondergetekende in de lease wagen van Andries. Voor het instappen gooide ik mijn peukje weg. Eenmaal in de riemen vastgesjord vroeg Andries aan mij of ik mijn peuk had uitgemaakt, want lease wagen en niet roken en zo. Dit deed John denken aan een ‘grappige’ ervaring die hij eens had. John doet jaarlijks mee aan een Duits schaaktoernooi samen met zijn maat Frans Vreugdenhil (SO Rotterdam 2). Frans heeft een auto en rijdt dan. John had een pak melk (!) bij Frans achterin de auto gelegd maar was deze vergeten mee te nemen. Frans heeft het pak melk nooit opgemerkt en… Jawel na daar enkele weken te hebben gestaan transformeerde het pak melk zich in een zeer ‘zure bom’ en was pardoes tot ontploffing gekomen! Volgens John is de auto van Frans een jaar lang een ontzettend stinkding geweest, John heeft de Campina fabriek nog gebeld, hoe hier mee om te gaan. Het zou een duur grapje worden om de binnenkant van de auto geheel te reinigen maar bovenal kon men geen garantie geven dat de lucht er dan ook werkelijk uit was…  Zo hebben we de terugweg toch nog gelachen… Het persbericht van de wedstrijd vindt u hier...

Verslag: Aad Juijn
Fotografie: Frans Groeneweg  




Een reactie posten