donderdag 29 augustus 2013

Team 1 2012/2013

                                     RSB seizoen 2012/2013, Team 1






HZP SCHIEDAM 1   -   ERASMUS  2

1e team...treetje lager
Afgelopen maandag speelde ons eerste team de laatste RSB-wedstrijd thuis tegen Erasmus-2. Het ging nergens meer om, want beide team waren al uit de eerste klasse gedegradeerd. Maar onze optimistische wedstrijdleider F.G. Maas ging er van uit dat beide teams na het komende seizoen zullen promoveren en we elkaar het seizoen daarna weer in de eerste klasse zullen tegenkomen!

Teamleider F.G. Maas denkt er het zijne van...


Aan bord 6 speelde Andries Schukking (1678) met wit tegen Henry Pijpers (1694). Andries zette een enorme koningsaanval in met pionnen op f4, g5 en h4. De g- en h-pionnen van Andries verdwenen van het bord, maar vervolgens werd zijn koningsaanval afgeslagen. Later speelden beiden weer op de koningsvleugel. Andries stond een pion achter en raakte het initiatief kwijt. Op dat moment kreeg Andries een telefoontje: hij werd weggeroepen en gaf daarom op (0 - 1). Hopelijk was er niet iets ergs aan de hand.

Andries...voortijdig naar huis


Theo van Zessen (1827) had wit aan bord 4 tegen Jan Smit (1737). Theo had prima spel en kwam een geïsoleerde e-pion voor. Theo stond toen voor de keus om het aanvallende spel door te zetten (maar hoe?) of af te ruilen naar een eindspel met een pion extra. Theo ging voor het toren plus paard eindspel omdat hij dacht dat dit met zijn pluspion te winnen was. Maar Jan had een betere positie van de koning en meer dan remise zat er niet in.  (0.5 - 1.5).

Theo...topscorer met 4,5 uit 7!


...tegenstander Elise
Elise Juijn (1607) speelde met zwart aan bord 7 tegen Frits Steenbergen (1671). Uw reporter denkt dat Elise iets teveel films van James Bond gezien heeft, want halverwege de avond schoot zij op de tegenstanders met haar exploderende balpen!!! De schade viel gelukkig mee: niemand gewond, geen rode kaart en geen aangifte bij de politie. In de partij viel Elise aan. Met een pion achter had zij actief spel. Zij veroverde zelfs een loper, maar toen kreeg Frits een zeer sterke koningsaanval. Elise dacht nog met een pion te kunnen gaan lopen, maar toen sloeg de aanval van Frits door (0.5 - 2.5).

Elise...ondanks geheime wapen toch verloren...


Uw reporter liep langs de overige borden en dacht dat er helaas weer geen overwinning van ons team inzat.

Aad en Gilles...iets gemist
Aad Juijn (1924) had aan bord 2 wit tegen Gilles Donze (1786). Aad speelde het Roel van Duin gambiet. De verdediging van Gilles zag er vreemd uit: de pionnen c5 en e5 werden verdedigd met Ld6 voor pion d7. Aad speelde pion b5 en dat betekende dat het paard van Gilles op b8 er niet uit kon. Het kostte Gilles veel tijd en zetten om dit weer om te spelen. Tegen het eind van de partij had Gilles nog maar 5 minuten. Het bleef een moeilijke ingewikkelde stelling. Aad pakte een loper met zijn toren en Gilles gaf op, beide spelers dachten dat Aad nu volledig gewonnen stond, maar hadden volgens Fritz overzien dat Gilles de toren wél had kunnen terugslaan, en dan zelfs beter tot gewonnen had komen te staan. Een collectieve schaakblindheid zullen we maar zeggen  (1.5 - 2.5).

Jan...aandachtig toeschouwer bij Aad


Freerk Gerkema (1823) had aan bord 8 wit tegen Emiel Verhoef (1724). Freerk stond soms een pion voor en raakte die dan weer kwijt. Er ontstond een eindspel waarin beiden de dame, een toren, een paard en 6 pionnen hadden.  Geleidelijk verdween er meer van het bord tot beiden alleen een toren, een paard en 2 pionnen hadden. Dit was niet te beoordelen en dus werd remise overeengekomen (2-3).

Freerk...remise


...rondemiss
Piet Hofstee (1719) had zwart aan bord 5 tegen Rens Hesselmans (1464).In het middenspel stond het ongeveer gelijk. Toen kreeg Rens de geest: het ene offer na het andere. Het zag er erg gevaarlijk uit. Wijselijk nam Piet het laatste offer niet aan. Piet ging verdedigen, ving de aanval op en stond toen nog geofferd materiaal voor. Dit was voldoende voor de winst (3 - 3). Uw reporter wil opmerken dat Rens de partij gemaakt heeft met prachtige offers. Maar aan het slot stond hij met lege handen. Bij de wielersport zou Rens de prijs voor de strijdlustigste renner krijgen en een mooie dame mogen kussen. In de wielersport hebben ze het duidelijk beter voor elkaar dan bij het schaken. Iets voor de volgende bestuursvergadering?

Piet wint van Rens


Aan bord 1 speelde FM John van Baarle (2196) met zwart tegen Pim Kleinjan (1807). Een enorm ratingverschil dus, maar ook in zo'n geval zet John het heel rustig op. Uiteindelijk veroverde John de kwaliteit voor een pion. Een heel klein voordeeltje dus.  In het eindspel had John 2 torens, een loper en 3 pionnen. Pim had een toren, 2 paarden en 4 pionnen. John regelde het zo dat een vrijpion van hem niet meer aangevallen kon worden. Die pion promoveerde, terwijl Pim twee zetten te laat kwam om ook te promoveren. Prachtig zo'n eindspel behandeling (4 - 3).

FM John...prachtige eindspel behandeling


Toen was alle aandacht gericht op bord 3, waar David van der Mast (1841) zwart had tegen Arie de Jong (1750). In een gelijkstaand middenspel werd afgeruild. Hierna hadden beiden de dame, 2 lichte stukken en 7 pionnen. Met zijn dame en 2 paarden kreeg David ineens een enorme koningsaanval: hij dreigde op meerdere manieren mat. Arie kon alleen afruilen ten koste van 2 pionnen. Het pionneneindspel van 5 tegen 3 gaf Arie op (5 - 3).

David sleept teamwinst binnen...


Hiermee heeft ons eerste team dit seizoen toch nog een overwinning behaald  Een mooie manier om een slecht seizoen te besluiten Topscorer dit seizoen is Theo van Zessen met 4.5 uit 7. Als we volgend seizoen in de tweede klasse allemaal zo'n score halen zitten we daarna weer in de eerste klasse!


Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg
Storyboard: Aad Juijn





Oostflakkee 1 – HZPS 1  4-4 (ronde 6)

...vingers natellen
Met 0 punten uit 5 wedstrijden kon zelfs de grootste optimist op zijn vingers natellen dat handhaving in de 1e klasse A een zo goed als ondoenlijke zaak was. Zelfs bij winst in de laatste 2 wedstrijden, dan nog zou Nieuwerkerk aan den IJssel 1 zijn laatste 2 wedstrijden moeten verliezen, dit was het enig denkbare scenario waarbij handhaving een feit zou zijn. Eén dag voor onze wedstrijd tegen Oostflakkee 1 stond de voor ons “belangrijke” wedstrijd  Nieuwerkerk aan den IJssel 1 – Onésimus 1 op het programma. Ondergetekende, die stiekem toch ’n optimist is, hield op 5 maart rond half twaalf in de avond, nauwlettend de twitterberichten op de Nieuwerkerkse website in de gaten. En daar verscheen inderdaad het verlossende, maar voor ons ongunstige uitsluitsel…“SVN 1 wint na thriller van Onesimus 1 met 4 ½-3 ½”…In het seizoen 2002/2003 degradeerde ons vlaggenschip voor het laatst, en dat was dus uit de promotieklasse. Na een verblijf van 10 jaar en bovendien óók nog eens in ons jubileumjaar (90 jarig bestaan) is degradatie uit de 1e klasse een feit. Ik heb de vraag “hoe kan dat nu ineens?” van verschillende teamleiders en spelers van onze poulegenoten, meerdere malen voorgeschoteld gekregen. Het antwoord op deze vraag is eenvoudig te beantwoorden. Verschillende teamleden kregen met ingrijpende zaken in de privésfeer te maken, gezondheidsproblematiek, studieredenen. Kortom de meeste spelers hadden/hebben met turbulente tijden te maken…

Vader Juijn was in
alle staten...
De samenstelling van het team kende deze keer ook zo zijn ongemakkelijkheden, FM John van Baarle meldde zich ziek af, en zoonlief (Yannick) van wedstrijdleider extern Aad Juijn voelde zich ook niet lekker en besloot één uur voor aanvang van de wedstrijd de handdoek te gooien. Vader Juijn was in alle staten, immers het was niet meer mogelijk om teamleider F.G. Maas op de hoogte te brengen (was al vertrokken). Nog even snel een invaller optrommelen was er ook niet meer bij. Yannick bezwoer mij echter dat wanneer de wedstrijd er nog toe doen gehad zou hebben, hij wel was meegegaan. Bij aankomst in Oude Tonge hadden teamleider Maas en enkele andere spelers gelukkig alle begrip voor Yannick’s situatie (applaus daarvoor). Het wedstrijdleiderschap extern leverde Aad dit seizoen vele hoofdbrekens en grijze haren extra op, gelukkig is er meer voor nodig om Aad gek te maken (hoewel zijn score van 1 uit 6, anders doet vermoeden). De wedstrijdleider van Oostflakkee (Marcel de Ruiter) had per E-mail gevraagd naar de mogelijkheid of er één wedstrijd vooruit gespeeld kon worden, en dat kon. David van der Mast ging de uitdaging aan en speelde zijn partij vooruit, met de aantekening dat David ook op woensdag meewilde om te kijken hoe zijn teammaatjes het er vanaf zouden brengen. Dat kwam overigens goed uit want dan kon David mooi de foto’s maken en bovendien de aantekeningen voor dit verslag schrijven…Jan Zoorob kwam mee om te supporteren.

Zoals gezegd wisten wij dus al dat we gedegradeerd waren (sommigen pas vlak voor de wedstrijd), voor Oostflakkee stond er méér op het spel. Bij winst op ons zouden zij nog een uitstekende kans op het kampioenschap maken!

Nu de wedstrijd…
Dit duel was een fraaie demonstratie, of zo u wilt, afspiegeling van de wet van Murphy (net als de 5 eerdere matches), alles wat mis kon gaan ging ook mis…Alles? Oké niet alles, want we verloren deze keer eens niet. Hoe ironisch…het eerste matchpunt van het seizoen, tegen nota bene de nummer 3 van de poule, we kunnen het kennelijk dus wel op het moment dat het er niets meer toedoet. Ik verlaat me van nu af aan op de aantekeningen van David. De ratings zijn zoals u dat van ons gewoon bent, namelijk die van de meest actuele KNSB lijst (februari 2013).

Valse hoop…
Op maandagavond 4 maart speelde David van der Mast (1841) aan bord 2 (zwart) zijn partij dus vooruit op onze clubavond in Schiedam. David speelde onder andere omstandigheden dan de rest van het team…namelijk nog met de valse hoop op ’n klein wondertje, immers onze degradatieconcurrent zou pas op dinsdag het vonnis voltrekken. De speler die vooruitkwam spelen was niemand minder dan de man met de hoogste rating bij Oostflakkee Mark van Putten (2009). Wedstrijdleider Frans Groeneweg kwam tot het volgende verslag:  Afgelopen maandag was er een vooruitgespeelde partij van het eerste team tegen Oostflakkee 1. Mark van Putten (rating 2009), bord 2, had verzocht of hij vooruit mocht spelen. David van der Mast (1841) nam het met zwart tegen hem op. Een groot ratingverschil dus. Het werd een Catalaan, d.w.z. dat David met pion d5 de pion op c4 slaat. Mark koos ervoor om die pion op c4 niet direct te veroveren. In plaats daarvan kreeg Mark een sterk centrum met d4 en e4, maar David had (tijdelijk?) een pluspion. Mark voert de druk op en op de 16e zet slaat hij eindelijk de c-pion. Het spel wordt gemaakt door Mark, maar David komt geleidelijk wat losser. Er wordt steeds meer geruild. Dan verovert David een pion, maar is die te verdedigen? Naast de stukken staan er uiteindelijk 4 pionnen tegenover elkaar en had David daarnaast een vrijpion op de zesde rij. David had nu het initiatief. Beiden hebben nog 8 minuten. Mark moet zijn toren geven voor de loper en een pion. David staat nu de kwaliteit voor: beiden 4 pionnen en de dame, met David een toren en Mark een loper. Het wordt dan snelschaken. De hele zaal (behalve David) ziet dat David mat in één kan geven. Uiteindelijk heeft David een toren en Mark een loper en een pion. Het wordt remise. Beiden hebben op dat moment nog 2 minuten. Hoewel het missen van het mat natuurlijk achteraf een teleurstelling is voor David, blijft remise tegen Mark, gezien het ratingverschil, een prima prestatie.
½-½

David...mat in één gemist


En in de hoofdrollen…
De partij die aan het witte bord 5 had moeten plaats vinden, zou gaan tussen Yannick Juijn (1785) en Jan Vonk (1855). Gezien het feit dat Yannick het op het laatste moment liet afweten, zou je kunnen zeggen dat er over deze “partij” dus weinig tot niets valt te schrijven. Toch had deze “partij” het meest hilarische moment van de avond in zich! Jan was namelijk om acht uur nog niet verschenen, althans niet in speelzaal “de Grutterswei” te Oude Tonge. Waar was Jan dan wel? Telefonisch contact leerde ons dat Jan zich in een andere speelzaal bevond…te weten “Wijkcentrum-Zuid”! “Wijkcentrum-Zuid”?...inderdaad, de speellocatie van de HZPS’ers, te Schiedam! Een misverstandje zogezegd…Jan werd op de hoogte gebracht dat de match voor het gemak toch maar in Oude Tonge moest worden afgehandeld. Tevens kreeg Jan ook te horen dat hij geen tegenstander zou hebben. Jan bereikte om half negen “de Grutterswei” en mocht een huishoudelijke partij spelen, en zo scoorde Jan die avond 2 punten!
1½-½  

Jan Vonk...


Vrouwelijke inbreng…
Aan het witte bord 7 speelde Elise Juijn (1607) tegen de 256 ratingpunten sterkere Johan Dupree (1863). Elise die dit seizoen nogal in beslag wordt genomen door verschillende persoonlijke zaken had tot nu toe 0 uit 4 “gescoord”. In de aantekeningen van David lees ik: “Elise beschreef het spel van beide kanten als “tammetjes”. Verder ontstond er een eindspel met de beruchte ongelijke lopers waar geen enkele muziek meer in zat. Nadat Elise de partij door Fritz had gehaald bleek zij toch ’n goede kans op meer dan remise te hebben laten lopen. Al met al, en zeker het opmerkelijke ratingverschil in acht genomen, is dit ’n keurige prestatie…en bovendien van de hatelijke 0 af!
2-1

Elise...van de 0 af!


De beste stuurlui…
Aan het 8e bord (zwart), onze clubpredikant Freerk Gerkema (1823). Tegenstander was Marcel de Ruiter (1787). Ondanks dat David zijn aantekeningen begint met hoopgevende woorden “Een aantrekkelijke pot”…is de verdere informatie rond deze partij nogal summier te noemen. Marcel had het loperpaar en Freerk loper en paard. Op de website van Oostflakkee staat verder nog te lezen dat Freerk een pion heeft voorgestaan, maar deze weer onnodig teruggaf. Freerk vertelde mij na afloop van de partijen dat volgens stuurman (en de beste staan aan wal) Jan Zoorob, Freerk een stuk had kunnen winnen. Dit was voor Freerk toch ’n soort van “mindfucker”, de gemiste kans was tijdens de terugreis een regelmatig terugkerend thema…
2½-1½

Freerk...gemiste kans
  

Paardengedoe…
Aan het zwarte bord 6 speelde de dit jaar hopeloos uit vorm zijnde Andries Schukking (1678). Andries staat dit jaar op 0 uit 5, terwijl hij vorig jaar nog tot een van de topscoorders behoorde. Tegenstander was vanavond Jan van Genderen (1901), óók hier dus een aardig ratingverschil (223 punten). David vatte het als volgt samen: Andries speelt zijn eerste 2 zetten met de paarden naar f6 en c6, terwijl Jan het centrum pakte, door e4, Lc4 en d4 te spelen. Op zet 7 geeft Andries een schijnoffer, door met zijn paard een centrumpion te pakken. Een zet later wint Andries het stuk dan terug door ’n vorkje te zetten. Na flinke ruil ontstaat hier dan uiteindelijk óók een eindspel waarin de lopers van ongelijke kleur bepalend zijn voor de remise…óók Andries dus van die ellendige 0 af!
3-2

Andries...van de 0 af!


Pietje precies…
Omdat FM John van Baarle (2196) nog ziek was, moest aan bord 1 ’n invaller worden ingezet. Wie maakt het niets uit om aan het witte bord 1 aan te schuiven? En wie is er bovendien ook nog eens in prima vorm? Inderdaad…de bord 1 speler van het 2e team. Het maakt Piet Hofstee (1719) namelijk in het geheel niet uit tegen wie hij speelt. Oostflakkee had kennelijk gerekend met FM John van Baarle aan bord 1, en had daar een tactisch antwoord op gevonden. Louis Bengsch (1600) zag dat Piet het initiatief pakte, op zet 19 weet Piet met een paard de zwarte stelling binnen te dringen (d6). Na enkele aardige combinaties weet Piet een volle toren te scoren, en trekt de totaalstand daarmee weer gelijk…
3-3   

Piet...weer ongenaakbaar!


Adriaan of Bassie?
Wat speelt u?
36.Kf1 of 36.Kh1
Adriaan Juijn (1924) zit dit seizoen meer in de rol van Bassie, echter niet in de zin van “alles is voor Bassie”, integendeel zelfs. Aan het witte bord 3 trof Aad als tegenstander Ivo lagendijk (1802). In de opening was Aad al niet heel scherp en liet Ivo vrij gemakkelijk gelijkspel behalen. De gekozen openingsopzet kostte Ivo echter zeeën van tijd…en dat zou gek genoeg op het eind van de partij in Ivo’s voordeel blijken. Een flink gedeelte van de partij ging het behoorlijk gelijk op. Tegen het eind van de partij offert Aad een loper (Ivo heeft dan nog slechts één minuut, Aad nog een half uur). Op het moment dat Ivo nog slechts 30 seconden heeft, offert Ivo in een alles of niets poging een toren. Aad gaat (heel dom) mee zitten snelschaken en loopt zo een zelfmat in! Als Aad even ’n minuutje had gekeken, dan had hij gezien dat na het voor de hand liggende 36. Kh1, Ivo had kunnen opgeven. Aad speelde á tempo het onbeschrijflijk idiote 36. Kf1??, en deed na 37…Ta1 zelfs nog rustig 38. Te1 en had pas na TxT in de gaten dat hij mat stond (NEE, Aad drinkt of blowt NIET en gebruikt ook GEEN medicijnen)…óók voor Aad, ‘n seizoen om snel door te zappen.
4-3

Geen commentaar...


Erezaak…
Bord 4 (zwart) werd het strijdtoneel van onze voorzitter Theo van Zessen (1827). Theo staat (na deze partij) met 4 uit 6 op de 8e plaats van het top 10 klassement van onze poule! Aan Theo heeft het dit seizoen niet gelegen. Vanavond heette de tegenstander Ronald Sparreboom (1959).  In een Italiaanse partij viel Ronald al snel uit met Pg5, en trachtte Theo te overlopen. De zwarte stelling liet zich niet zo makkelijk kraken als Ronald wellicht hoopte. Sterker nog, de koning van Theo vond een relatief veilig heenkomen op het veld d7. Nadat Ronald een vergiftigde pion op h7 incasseerde (paard), kwam de witte dame in onoverkomelijke problemen. Ronald kan niet anders dan zijn paard en dame te geven voor 2 torens en ’n pion. Ronald biedt nog remise aan om de kampioenskansen voor Oostflakkee levend te houden. Theo kende geen mededogen en speelde door (dit tot grote teleurstelling van de thuisclub, er stond op de eer na immers niets meer op het spel voor HZPS). De technische klus werd bekwaam naar winst gespeeld!
4-4

Theo redt de eer!


8 april tegen Erasmus 2...
Afgezien van de einduitslag, kun je stellen dat deze match een afspiegeling was van de 5 voorgaande wedstrijden. Niet op volle sterkte, onverklaarbare dwalingen, veel gemiste kansen enz…Een zeer merkwaardig seizoen derhalve. We spelen nog één wedstrijd in de 1e klasse RSB, en dat is op maandag 8 april thuis tegen mededegradatie genoot Erasmus 2. Om niet op de laatste plaats te eindigen zullen we één keer moeten winnen. Wat betreft voor volgend seizoen: We hebben niet anders dan gewoon voor het kampioenschap te gaan!

Aantekeningen/Fotografie: David van der Mast
Verslag/Storyboard: Aad Juijn


      




HZPS 1 – RSR/Ivoren Toren 3   2½-5½  (ronde 5)

HZPS 1...onafgebroken
glijpartij
Op maandag 4 februari kwam de op papier sterkste deelnemer uit de 1e klasse A op bezoek. RSR Ivoren Toren 3 is het team dat standaard ieder jaar de favoriet is, maar ieder jaar ook weer ’n rare uitglijder maakt. Zeg maar de Joop Zoetemelk (eeuwige tweede) van de 1e klasse. Helaas voor ons heeft RSR hun rare uitglijder dit seizoen al gemaakt (vorige ronde 2-6 verlies tegen Dordrecht 3). Voor ons is het seizoen één grote onafgebroken glijpartij, en het moet wel heel raar “lopen” willen we niet rechtstreeks de 2e klasse inglijden. Vorig seizoen werden we derde bij een gemiddelde rating van ongeveer 1780, dit jaar zijn we sterker met een gemiddelde van 1850! Dit is evenwel niet in de stand terug te zien, waar we met 0 matchpunten quasi vrolijk onderaan bungelen. Tegenwoordig vraagt zo’n beetje iedere “vijandelijke” teamleider aan mij wat er met ons aan de hand is. Onze clubpsycholoog Arnold van der Kammen moet er zijn licht maar eens over laten schijnen…

Onze bondscoach (teamleider) F(ide).G(rootmeester). Maas had een druk avondje. Omdat Yannick Juijn wegens studieredenen niet mee kon doen, werd een beroep gedaan op de interne wedstrijdleider Frans Groeneweg. Probleempje was dat Frans “zijn” 4-Tal ook moest spelen en nu dus zonder teamleider dreigde te komen, en bij HZP Schiedam doen wij in principe liever niet aan meespelende teamleiders of wedstrijdleiders. F.G.M. nam dus het 4-Tal eveneens onder zijn hoede. F.G.M. doet evenwel (principieel?) weer niet aan teamverslagen…maar dat is niet zo’n punt, want de website actueel houden is de nogal uit de hand gelopen hobby van Frans Groeneweg en webmaster Aad Juijn. Bondscoach F.G.M. houdt er nu juist weer niet van, dat Aad of Frans verslagen gaan lopen te schrijven tijdens hun partijen…

de "Bondscoach"


Ja ja. Frans en Aad hebben de onderlinge afspraak dat wie het eerst klaar is met zijn partij de “Pinoccio” is! Vanavond was dat Aad. Aad heeft zich voorgenomen om zo min mogelijk langs de borden te lopen zolang hij zelf nog speelt, want zijn resultaten zijn dit seizoen verschrikkelijk (0 uit 4). Aad is kennelijk op een leeftijd gekomen dat overwinningen niet meer als vanzelfsprekend kunnen worden beschouwd. Met andere woorden het partij inhoudelijke gedeelte dat u zo dadelijk gaat lezen zijn daags na de wedstrijd telefonisch of per E-mail aangeleverd, in sommige gevallen werd mij mondeling na de wedstrijd een en ander meegedeeld en in één enkel geval kreeg ik een notatieformulier mee…Met dit formulier ben ik een uurtje aan de slag geweest, ik heb het uiteindelijk door de scanner gehaald en naar een bevriend cryptoloog gemaild, deze zag er echter ook weinig heil in en stuurde het manuscript naar een oud-leraar van hem die professor in de paleografie is. Om een lang verhaal kort te houden…uiteindelijk kwam het kleinood bij een codicoloog terecht en die wist de eerste 11 zetten (van de 37) te ontcijferen, te weinig dus om zelf tot een betrouwbaar oordeel over de betreffende partij te komen, in dit geval moet ik me dus op getuigenverslagen verlaten. Ik geef u een seintje wanneer ik bij het betreffende verslag ben gearriveerd…

De opdracht was kort en duidelijk…WINNEN! Was zoiets ook realistisch? Op basis van het teamgemiddelde (rating) was het sowieso niet onmogelijk…HZPS 1 had 1852 punten, RSR/Ivoren Toren 3 kon bogen op een klein plusje van gemiddeld 28 puntjes (1880). Een saillant detail is misschien nog, dat onze bondscoach niet werkt met tactische opstellingen. De “vijandelijke” bondscoach Leo van Dongen was in samenspraak met gelegenheid bord 2 speler Herman Keetbaas tot de conclusie gekomen dat Pim Uytdewilligen (1857), die 2 x maal aan bord 8 en eenmaal aan 6 en 7 had geopereerd (3 uit 4) FM John van Baarle mocht bestrijden (een hoofdbreker voor alle teamleiders). Ondergetekende zit natuurlijk zo ongeveer altijd aan bord 2, Herman Keetbaas (1897) wilde met alle “geweld” tegen Aad! Deze voor de leek merkwaardig aandoende voorkeur zetelde niet in het feit dat Aad tot nu 0 uit 4 had, maar vindt zijn oorsprong in het verleden. Aad heeft vroeger een kroeg gehad en Herman woonde met nog een aantal mensen onder “commune achtige” omstandigheden in het pand boven de kroeg, Herman bracht mij bij zijn bezoekjes aan de benedenburen, destijds de kneepjes van het schaakvak bij, zeg maar in de verhouding van meester en leerling (Herman speelde in die tijd promotieklasse bij Groenoord het huidige Fianchetto). Herman en ik hebben tig partijtjes gespeeld, maar nooit een officiële!

Nadat de RSR spelers tegenover hun “gewenste” HZPS’ers hadden plaatsgenomen kon de match aanvangen…Ik bedien me in dit verslag van de actuele ratings, dus die van februari 2013.    

Studie of schaken?    
Aan het zwarte bord 3 speelde David van der Mast (1841) tegen Andreas Iliopoulos (1917). David zit in zijn examenjaar en dat heeft zijn terugslag op zijn schaakprestaties. Op de 7e zet werden de dames al geruild en dat leverde Andreas de halfopen a-lijn op. Het zwaartepunt van deze partij lag op de damevleugel. Het centrum was nagenoeg dichtgemetseld. Tot de 23e zet leek de zaak in remise te verzanden. David speelt echter altijd op winst (ook als dat niet verantwoord is) en met de breekzet e5 kwam na afruil veld d4 vrij voor het witte paard. Het was allemaal nog wel te keepen, maar werd al lastiger. Er ontstond een dubbel toreneindspel met voor beide heren 6 pionnen (David had een hangende op c6). Op zet 28 beging David de fatale fout, na een verkeerde torenruil, kon David niet meer voorkomen dat de pion op c6 in het doosje verdween…de rest was kinderspel.
0-1

Hmmm...David toch 'n punt?


Leerling versus Meester?
Aad Juijn (1924) was aan het witte 2e bord persoonlijk uitgezocht door Herman Keetbaas (1897). In een zijvariant van de anti Caro Kann (2…e5) ontspon zich een strategische strijd (niet echt Aad zijn hobby). 8 zetten lang werd de theorie gevolgd, Aad week af en Herman reageerde te voorzichtig, waardoor Aad zijn positionele voordeel langzaam maar zeker kon uitbouwen. Op de 18e zet deed Herman een volgens hem Fischer-achtige poging zich te bevrijden, door met een paard naar h5 te gaan. Dit paard werd door de loper geslagen, en nu was het Herman zijn bedoeling dat de nu halfopen g-lijn iets kon gaan betekenen. Het pakte echter in Aad zijn voordeel uit. De zwarte stelling hing nu aan allerlei touwtjes aan elkaar, door een grappige tactische witte paardwending stortte zwart op de 28e zet volledig in. Herman probeerde nog een “paardoffer” maar dat kon zonder gevaar gewoon worden geslagen…’n paar zetten later gaf Herman op.
1-1

Herman blij met tegenstander...Aad blij met resultaat


Houdini…
Frans Groeneweg (1794) speelde aan bord 5 met zwart tegen Leo de Jager (1921). Door middel van voortdurende dreigingen slaagde Leo erin om Frans helemaal in de verdediging te drukken. Frans kreeg een passieve stelling met ook nog enkele zwaktes. Hierna kon Frans alleen maar de dreigingen van Leo pareren. Tot dit niet meer ging en Leo een pion veroverde. Merkwaardig genoeg was dit een keerpunt in de partij. Frans besloot om er dan nog maar een pion tegenaan te gooien. Hierdoor kregen zijn stukken ineens ook aanvalslijnen. Toen gebeurde er van alles. De dame van Leo dreigde ingesloten te worden, beiden veroverden pionnen en Leo startte een enorme koningsaanval. Toen de stofwolken opgetrokken waren hadden beiden twee torens en twee pionnen voor de koning, verder had Leo ook nog een extra vrijpion, maar die werd door beide torens van Frans geblokkeerd. Leo had nog ongeveer vier minuten bedenktijd en Frans bood remise aan. Leo weigerde dit na overleg met zijn teamleider. Toen Leo nog twee minuten had gaf hij zijn vrijpion weg en was het alsnog remise.
1½-1½

Frans...helder moment


Dikke Bertha…
...dikke Bertha
Dikke Bertha was het superkanon uit de eerste wereldoorlog Het wapen had een voor die tijd ongekend groot kaliber van 420 mm. Het wapen kon granaten afvuren van 1160 kilo. De houwitser kon doelen treffen tot op 9 km afstand. Ons verschrikkelijke kanon (iets minder dik) is natuurlijk oud-international FM John van Baarle (2196). Aan het witte bord 1 speelde John tegen Pim Uytdewilligen (1857). John mailde mij over zijn partij: In mijn partij tegen Pim Uytdewilligen schoot ik op de 16e een bok. Hierop kreeg wit groot voordeel, maar door minder nauwkeurige zetten van mijn tegenstander nivelleerde de stelling. Hierna raakte Pim in het ontstane eindspel de kluts kwijt en kon ik alsnog de partij winnen…In deze zin is John een betrouwbare kracht, al staat hij slecht dan is er nog niet bijster veel aan de hand, door zijn routine en uitstekend eindspelinzicht trekt John de zaak vaak wel weer recht!
2½-1½

Pim versus FM John (dikke Bertha voor intimi)


Nadat het superkanon dikke Bertha had gesproken was meteen alle kruit verschoten! De resterende 4 spelers probeerden nog van alles, maar hier en daar verliep een en ander desastreus…

Duisternis…
Aan bord 6 (wit) speelde Andries Schukking (1678) tegen invaller en schaakveteraan Paul Dekker (1905). Over het verloop van deze partij tast ik enigszins in het duister, Andries zou mij ’n mailtje sturen over het verloop, maar dat lijkt er bij ingeschoten (Andries is een druk bezet man). In de sporadische keren dat ik langs de borden liep, constateerde ik dat Andries na de opening wat beter stond. Later op de avond begreep ik dat Andries in zijn aanvalspogingen te ver was gegaan, of hij het stuk had geofferd of dat het stuk er gewoon was bij ingeschoten? Feit was dat Paul niet meer in gevaar kwam en de zaak met rustige middelen uittikte…
2½-2½

Andries...0 uit 5


Spijkerschrift…
Aan het witte bord 8 speelde onze “sterschrijver” Freerk Gerkema (1823). Freerk is één van onze twee sterschrijvers (zie interne verslagen), ik realiseer me nu eigenlijk pas dat ik het (onleesbare)  notatiebiljet van Freerk naar Frans Groeneweg had moeten sturen. Frans typt (vertaalt?) namelijk de handgeschreven interne verslagen van Freerk, kennelijk zonder enige moeite (ik hoor Frans daar tenminste nooit over). Ik beroep me op enkele ooggetuigen. Tegenstander was Mark Beijen (1738). De eerste 11 zetten leerden mij dat Freerk het als gebruikelijk rustig aanpakte. In het middenspel zou Freerk op de 27e zet met Da3 een stuk hebben kunnen winnen. Het gebeurde allemaal niet en Mark kwam steeds beter te staan. Dit ging van kwaad tot erger. Freerk ging nog buitengewoon lang door, maar succes had dat niet meer…
2½-3½  

Freerk...iets met handschrift 


Drankproblematiek…
Elise Juijn (1607) speelde aan het zwarte bord 7 tegen Joop Klijn (1893). Hier voltrokken zich maarliefst twee persoonlijke drama’s…Elise kwam niet geheel lekker uit de opening, Joop had haar aardig aangeschroefd. De dames waren vroegtijdig naast het bord beland en Joop had ’n tastbaar voordeeltje. Van lieverlee wist Elise zich los te wurmen en kwam zelfs ’n pionnetje voor! De klok begon echter mee te doen en de drukte rond het bord begon toe te nemen…Plots werd Joop bijkans gek! Joop ontdekte dat zijn bier was verdwenen…(ik wil niets insinueren maar onze Hans S. stond in de buurt!?) Joop schreeuwde luid door de zaal “WIE HEEFT MIJN BIER GEJAT??”, pardoes blunderde Elise de partij weg! Drank maak dus inderdaad meer kapot, dan dat je lief is. Zelfs het gemis aan drank maakt kennelijk veel kapot, in het verslag dat RSR teamleider Leo van Dongen op de RSR website plaatste staat dit incident zelfs centraal (kunt u hier lezen).
2½-4½

Proost!!


Tijdverdrijf…
Voorzitter Theo van Zessen (1827) speelde aan het witte 4e bord tegen Michael Fung (1922). In de Capablanca variant van de Caro Kann, speelde Michael het niet zoals het volgens Theo hoorde. Theo ging er eens op zijn gemak voor zitten (het euvel van voorzitters?). Hier ging aardig wat tijd in zitten. Op het moment dat Theo kon en moest doorbijten, speelde hij eerst nog een onnodig tussenzetje. Beide heren waren na afloop er over eens dat Theo hier een heel goede kans had gemist. Nu kwamen de heren in een eindspel waarbij Theo een loper en 4 pionnen had, met de aantekening dat dit één groepje van 2 en 2 losse pionnen betrof. Michael had een paard en ook 4 pionnen, maar dit waren 2 groepjes van 2. Bij ruil der stukken zou Theo dus verliezen. Theo voorkwam dat de stukken werden geruild, maar helaas ging Theo door zijn vlag.
2½-5½

Theo...race tegen de klok


Huiszoeking Hans S.
Na deze zoveelste dreun (de 5e) lijkt het doek voor ons vlaggenschip (?!) gevallen, er wacht nog de uitwedstrijd tegen het uitstekend draaiende Oostflakkee en de eer kan misschien nog gered worden tegen het eveneens ontluisterende Erasmus 2. Inmiddels is er goed en slecht nieuws voor de heren van RSR, want Oostflakkee heeft Dordrecht 3 te grazen genomen. RSR dus weer 1 matchpoint los van de nu 3 achtervolgers. Slecht nieuws is er nog voor Joop Klijn, het vermiste flesje bier is tijdens de corvee helaas niet meer terug gevonden…er heeft inmiddels sporenonderzoek plaats gevonden, bovendien heeft er huiszoeking bij Hans S. plaats gehad.

Verslag/Storyboard: Aad Juijn
Fotografie: Frans Groeneweg
Sponsor: Heineken





SO Rotterdam 3 – HZP Schiedam 1  5½-2½  (ronde 4)

Voor alle zekerheid toch maar even gewacht met het schrijven van dit verslag, zo met de 21e december voor de deur…

Doet ie het of doet ie het niet?
Het is nu de 21e en bovendien al avond ook, het ziet er naar uit dat we ongeschonden de laatste dag van een periode van 5126 jaar (tijdrekening Maya’s) hebben doorstaan en vrolijk de nieuwe cyclus van 5126 jaar in gaan. Wat het eerste team betreft durf ik nauwelijks het woord ongeschonden in de mond nemen. Nadat we al drie nederlagen uit evenzo vele wedstrijden hebben opgelopen, stond nu de uitwedstrijd tegen SO Rotterdam 3 op stapel. Door allerlei persoonlijke omstandigheden speelt niet iedereen zoals dat in voorgaande jaren wel gebruikelijk was…gezondheid, persoonlijke sores, het lijkt dit seizoen niet zo mee te zitten. Aad Juijn en Andries Schukking waren vorig seizoen topscorers, dit jaar louter nullen! David van der Mast speelt ook niet zoals we dat van hem kennen. Frans Groeneweg kreeg van de zomer een flinke aanslag op zijn gezondheid te voorduren, en speelt dit seizoen niet als basisspeler. John van Baarle heeft twee wedstrijden moeten missen i.v.m. familieomstandigheden. Yannick Juijn heeft twee wedstrijden moeten missen (en mogelijk nog meer) omdat hij in het examenjaar VWO zit. Elise Juijn heeft ook andere zaken aan haar hoofd. Je zou dus kunnen stellen dat Theo van Zessen en Freerk Gerkema behoorlijk zorgenvrij zijn! Zij scoren dan ook naar behoren (John ook, maar die heeft dus slechts twee wedstrijden gespeeld). Juist waar wij het dus eigenlijk altijd van onze mentale veerkracht moesten hebben, is dat juist dit seizoen het meest kwetsbare deel gebleken.  Yannick kon vanavond niet mee doen en onze teamleider F.G.M (Fide Grootmeester?) wilde Frans Groeneweg ontzien, want die had maandag al het gehele Kersttoernooi voor zijn rekening genomen en moest bovendien dinsdagavond “teamleideren” met het 4-Tal in Dordrecht. Het alternatief werd uiteindelijk gevonden in Nick Wiegman, die mede gezien zijn rating (1411) niet veel vertrouwen in een goede afloop van zijn debuut in de 1e klasse had. Toch petje af voor het getoonde clubhart en zeker niet in de laatste plaats zijn getoonde moed om in een dergelijk avontuur te stappen!

...!
Iedereen was zoals gebruikelijk keurig op tijd en het belang van deze wedstrijd was bij ieder duidelijk…om niet al teveel van wonderen afhankelijk te worden moest er worden gewonnen. In het seizoen 2002/2003 degradeerde ons vlaggenschip uit de promotieklasse en na een verblijf van 10 jaar in de 1e klasse dreigt nu de degradatie naar de 2e klasse. Om ons zelf terug te vinden in de 2e klasse moeten we terug naar het seizoen 1996/1997 (kampioenschap), dat is dus 16 jaar geleden! Niets is nog definitief, maar je moet welhaast niet goed bij zinnen zijn om nog te geloven in handhaving…Hoe verliep een en ander?

Scheidingslijn…
De scheidingslijn tussen genialiteit en debiliteit is flinterdun. En dan gaat het niet over John maar over Aad. Dit seizoen heeft John wat meer van het eerste en Aad van het tweede. Dus aan bord 2 met zwart Aad Juijn (1978) tegen de hoogstgerate man van SO Rotterdam 3 Albert Janssen (2045). Vorig seizoen “pakte” Aad aan bord 1 nog spelers van dergelijke sterkte, dit jaar gaat alles mis. Met een pionoffer probeerde Aad tegenspel te ontwikkelen en Albert moest inderdaad ’n beetje  uitkijken. De dreigingen die Aad ontwikkelde waren vrij eenvoudig te pareren en met een ongenadige tegenaanval wist Albert na een blunder van Aad de zaak in 17 zetten te klaren…Aad had dus alle tijd om daarna zich met het verslag bezig te gaan houden…Iets waar hij beter in is.
1-0  

...nog even geduld!


Familie eer
Aan bord 7 (wit) onze fotografe Elise Juijn (1652). Ook Elise heeft niet bepaald haar seizoen (0 uit 3). Tegenstander vanavond was Roger Schreutelkamp (1714). Elise verwierf al snel ruimtevoordeel. De RSB vorm is evenwel echter ver te zoeken. In een prima stelling geeft Elise plotseling een stuk weg, en krijgt daar slechts één pion voor terug. Vreemd genoeg staat Elise na deze “unforced error” nog steeds actief. Wanneer Elise ook nog een toren meent cadeau te moeten doen is het “pleit” beslecht en strijkt Elise de vlag…
2-0    

Proost!


Meester (1)…
Aan bord 1 (wit) uiteraard FM John van Baarle (2192), slachtoffer was Marius Strijdhorst (1848). In een Franse partij kwam Marius met de thematische Franse hangpion op e6 te zitten, iets waar de loper op c8 meestal niet actiever door wordt. Positioneel werd zwart vastgezet en toen John ook nog een kwaliteit tegen ’n pion buit maakte was de partij in hogere zin afgelopen. Marius had nog wel het loperpaar, maar dat bracht de beheersing aangaande het fenomeen eindspeltechniek van John niet in verlegenheid. Geruisloos werd Marius opgebracht.
2-1

...en nog naast je ook!


Alles of Ni(c)ks…
Debutant in de 1e klasse Nick Wiegman (1411), speelde aan het witte bord 5. Tegenstander Ap Willeboordse (1658) was invaller aan Rotterdamse kant. Het ratingverschil was aan de hoge kant. Ap verslikte zich in de opening en kwam op zijn minst beroerd te staan. Helaas overzag Nick een gemenigheidje dat meteen een wit stuk kostte. Nick moest vervolgens alles of niets spelen en jaagde de zwarte koning van zijn uitgangsveld e8 naar d8. De koning vond een veilig heenkomen en Nick was uitgepraat…rustig tikte Ap het zaakje uit.
3-1

Nick...debuut 1e Klasse


Toch bood deze tussenstand nog hoop op een gelijkspelletje (misschien zelfs meer), maar dan moest alles wel mee zitten. David stond erg goed, Theo was bezig met een moordende aanval, Freerk stond moeilijk maar beter en Andries stond verdacht, maar dat zeg bij “dolle Dries” niet zoveel. Wat ging er mis?

Meester (2)…
Oud-onderwijzer en dus meester Theo van Zessen (1789) is sinds zijn pensionering meer tijd in het schaken gaan steken en dat werkt! Aan het zwarte bord 4 vond Theo als tegenstander Wim de Paus (1928) tegenover zich. Het ratingverschil ten spijt, toonde Theo bepaald geen ontzag voor de man met de onconventionele achternaam. Na een snelle dameruil Heeft Theo de betere pionnenstructuur, Wim heeft dan een dubbele iso op de g-lijn. Door op fraaie wijze de druk op te voeren weet Theo bovendien een vernietigend kwaliteitsoffer (d3) in de stelling te breien. Het offer levert de kleine kwaliteit op en 2 pluspionnen. Naast dit voordeel heeft Theo ook nog alle belangrijke velden in handen…een uitstekende prestatie van onze voorzitter!
3-2

...dat kan niet iedereen zeggen, inderdaad.


A bridge too far…
Aan het witte bord 3 speelde David van der Mast (1857) ’n hoogst ongelukkige partij. Tegenstander Gerard Kastelein (1670) profiteerde optimaal van het feit dat David gezien de overige borden op winst moest spelen (Andries stond inmiddels verloren). David gooit na zijn korte rokade de f en g-pionnen naar voren. Ondanks het feit dat Gerard zijn damevleugel stukken niet optimaal staan, weet hij met de dame in David zijn koningsstelling te komen. Steeds dreigen er eeuwig schaak mechanismes…David moet va banque spelen en steekt een stuk in de aanval, slaat een remise aanbod af (moet doorspelen) en gaat helaas onverdiend ten onder…jammer.
4-2

David...pure pech!


De dood of de Gladiolen…
Andries Schukking (1718) bemande het zwarte 6e bord. Tegenstander was Cor Treure (1817). Beide heren dezelfde cijfers in de rating, de volgorde was echter in ons nadeel. In een merkwaardig Wolga gambiet kwam Andries niet tot de standaardzetten g6 en Lg7. De strijd brak meteen los op de damevleugel, waar Cor vreemd genoeg de witte loper op c6 kon posteren. Om in troebel water te vissen kondigde Andries ons een stukoffer aan vergezeld van de mededeling “de dood of de Gladiolen”. December is natuurlijk niet de maand bij uitstek voor Gladiolen…De uitkomst liet zich dan ook raden…
5-2

Andries...troebel water vissen


Gerkema(niak)…  
Aan bord 8 (zwart), Freerk Gerkema (1836). Wim van Munster (1709) was hier de tegenstander. In de opening lette Freerk even niet op en kwam op de damevleugel in zwaar weer terecht. Wim had hier voor de kwaliteitswinst kunnen gaan, maar Freerk zag tot zijn grote opluchting dat Wim hier vanaf zag. Na afloop van de partij bleek het ingaan op de kwaliteitswinst inderdaad discutabel, dus mogelijk had Wim de zaak op juiste waarde ingeschat. Het initiatief gaat langzaamaan naar Freerk, een toreneindspel ontstaat en ondanks dat Freerk beter staat lijkt het niet te winnen. Gezien het moment van deze stelling mocht Freerk nog niet voor een remise gaan. Wim neemt dan risico’s en Freerk grijpt mis. Toch weet Freerk nog een truc in de tijdnoodfase te verzilveren, waardoor er toch nog een remise kon worden genoteerd…prima vechtlust!
5½-2½

Freerk...onder het goedkeurend oog
van de (groot) meester (F.G.M.)


En hoe nu verder?
We kunnen natuurlijk zeggen: “2013 wordt ons jaar”…een ding staat vast: slechter dan 2012 kan het dus niet worden. Zelfs na de nederlaag tegen Rotterdam 3 blijken we nog te bestaan en is de wereld dus niet vergaan. De volgende wedstrijd is maandag 4 februari thuis tegen RSR Ivoren Toren 3, en dat is niet de eenvoudigste tegenstander (want dat zijn we zelf)…Ik wens iedereen een fijne Kerst toe en een knallende jaarwisseling…en niet te vergeten de allerbeste wensen voor de komende 5126 jaren!

Verslag/Storyboard: Aad Juijn
Fotografie: Elise Juijn   





Dordrecht 3 – HZP Schiedam 1  6-2  (ronde 3)

Dordt...
Een bekend volksgezegde luidt: hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt! Laat dus staan als je in Dordt bent…lijkt me dan. Over het er wonen zullen we, uit piëteit met de (toch) sympathieke tegenstanders,  maar even onbesproken laten. Per slot van rekening moet dit over schaken gaan en niet over culturele antropologie (overigens heeft bovenstaande uitdrukking betrekking op de oude scheepvaartroutes, grillige rivieren en zandbanken). Bovendien is wat meer respect op zijn plaats wanneer je weet dat de s.v. Dordrecht een historie heeft die 150 jaar teruggaat, en dan zijn wij natuurlijk kwajongens met onze slechts 90 jaren. Zelfs wanneer men de lijst met het verkrijgen van stadsrechten vergelijkt moeten we Dordrecht voor laten gaan (Dordrecht 1220 en daarmee de oudste stad van Holland, Schiedam 1275). Gek genoeg konden we Dordrecht 3 vanavond wel overtroeven met het team ratinggemiddelde, dat is gek! Wij 1830 en zij 1791…

Wat er aan vooraf ging en meer…
s.v.HZPS
Teamleider F.G. kon zich vanavond gelukkig prijzen met de deelname van FM John van Baarle (enige winstpunt). Yannick Juijn zit in zijn examenjaar VWO en heeft deze week een toetsenweek waarvan de uitslagen meetellen in de eindbeoordeling, dus Yannick paste. Jan Brand werd bereid gevonden mee te doen, maar is nu meteen door zijn drie toegestane invalbeurten heen. Wanneer je bijgelovig bent zou je kunnen zeggen: als Jan invalt verliezen we. Een andere variant is: wanneer FM John meedoet verliezen we met de grootste cijfers. Wanneer je het meer nuchter bekijkt zou je kunnen zeggen: Op FM John na, is het team gewoon een samenraapsel van knoeiers. Toch kan dit het ook niet helemaal zijn, gezien de resultaten van vorige seizoenen! Hier lijkt dus werk aan de winkel voor onze clubpsycholoog Arnold van der Kammen. Mijn visie: het eerste maar ook het tweede team hebben op het eerste gezicht last van het fenomeen massapsychose, dit verschijnsel hoort in zijn algemeenheid meer thuis in een sekte (!). En nu bekruipt mij een akelig gevoel wanneer ik mij realiseer dat de 2 kleine lettertjes die steeds opduiken in officiële stukken waarin onze vereniging altijd wordt aangeduid met s.v. HZP Schiedam s.v. wordt dan abusievelijk als schaak vereniging uitgelegd. De kans is groot dat s.v. staat voor sektarisch verbond, en dat verklaart meteen waarom de naam van de club nu precies het ZWARTE paard moest zijn i.p.v. bijvoorbeeld het witte paard.
Tot zover het hypothetische gedeelte…

De realiteit… 
Het gehele team inclusief de teamleider was keurig op tijd (kwart voor acht) gearriveerd  in de kantine annex “schaakzaal” van de Hans Petrischool. Uw verslaggever en dus ondergetekende speelde zelf aan bord 2 en moet dus in dit verslag blind vertrouwen hebben wat betreft het waarheidsgehalte van de door de spelers gegeven partijinformatie. Wie, hoe en wat? Leest u in…

Let the games begin! 
Onze voorzitter en topscorer tot nu toe (2 uit 2) Theo van Zessen (1789) moest het met zwart (bord 4) opnemen tegen Laurens Jiskoot (1775). Theo start meteen een koningsaanval en stuurt zoals gebruikelijk in het Konings-Indisch de f en g-pionnen richting de vijandelijke koning, het ziet er veelbelovend uit. Kritiek is m.i. de zet g4, zwart geeft het belangrijke veld f4 hiermee uit handen. In de gangbare patronen van deze opening, zie je dat zwart het veld f4 zelf bezet, in ieder geval met de zet g5 blijft controleren. Nu overschatte Theo zijn aanval, die toch strandde. Zwart stortte in en de rest werd door Laurens relatief eenvoudig uitgetikt. Theo, behalve het punt, meteen zijn ongeslagen status kwijt!
1-0

Tevreden voorzitter...


Het sein: Brand meester!
Aan het witte bord 5 opereerde vaste invaller Jan Brand (1622) voor de laatste keer dit seizoen. Jan is nu driemaal ingevallen en dat betekent ook binnen het RSB reglement het scheepsrecht. Tegenstander Theo Jiskoot (1755) verdedigde da Catalaanse opzet van wit met ’n soort van Stonewall opstelling. Ook van deze partij kreeg ik niets mee, Jan vertelde mij later die avond, tijdens de thuisreis, dat de partij een positioneel karakter had (ja duh!). Het overvolle centrum leidde tot een soort van Status Quo. Net zoals in het bekende politieke axioma “wie breekt betaalt”, leek dat ook te gelden voor de stelling die Jan en Theo op het bord hadden. Vandaar de voor Jan (ratingverschil) verdienstelijke puntendeling…
1½-½ 

Jan...laatste invalbeurt bekroond met remise


Vredig einde…
David van der Mast (1857) had aan bord 3 wit. Victor van Blommestein (1807) was hier de tegenstander. David is normaliter ’n speler die nogal eens voor spektakel kan zorgen, in deze partij zat zoiets er echter niet in. De opening verliep tem de 9e zet volgens de boekjes, toen David met 10.Lg5 (mij) minder bekende wegen insloeg. De dames werden vervolgens vroeg geruild en een strategische stelling bleef over. Victor was in het bezit van de half geopende c-lijn, maar had de bekende Siciliaanse hangpion op d6. Nadat zwart met de zet b4 de witte pion op c3 aanviel gingen via dit veld de torens ook van het bord (zet 28). Beide heren hadden nu 5 pionnen, een paard en ongelijke lopers. De paarden werden ook geruild en op de 45e zet werd doordat er sprake van ongelijke lopers was een onvermijdelijk vredig einde verkozen.
2-1      

Lijkt me inderdaad niks...


Stabiele factor…
Waar Aad Juijn (1978) vorig seizoen met vaste hand aan bord 1 de score van 6 uit 7 (Tpr 2219) bijeen wist te “sprokkelen”, en daarmee dus een betrouwbare en stabiele factor binnen het team was, is het dit seizoen toch even anders gesteld. Nu is Aad (2x bord 2, 1x bord 1) met 0 uit 3 weliswaar nog steeds die betrouwbare en stabiele factor, zij het nu dat je ervan uit kunt gaan dat Aad zijn stelling op de een of andere manier verkwanselt, een vast verliespunt dus! Vanavond was aan bord 2 het genoegen aan André Karbaat (1851) om eens tegen Aad te spelen. Reeds op de 5e zet kiest zwart het verkeerde plan dat ’n pionoffer inhoudt waar totaal geen compensatie tegenover staat. Wanhopig zoekt zwart naar tegenspel, dat levert nog meer verzwakkingen op. Ondanks nog relatief lang rekken werd de kansloze missie op zet 42 gestaakt…
3-1

Toonbeeld van stabiliteit...


Mail(tje)…
"iets"...
Aan het zwarte bord 6 speelde Andries Schukking (1718), tegenstander was Henk Timmermans (1757). Ik had Andries na de partij gevraagd “iets” over zijn partij naar mij te mailen…Zo gezegd zo gedaan! Donderdag in de namiddag kreeg ik onderstaand verhaal, we laten Andries aan het woord:

Mijn tegenstander met wit had al vroeg in de opening door middel van Le2 en het vrijlaten van het veld f3 een bajonetaanval met de h pion voorbereid en wachtte tot ik kort gerokeerd had om die uit te voeren. Ik onderkende dit gevaar wel maar rokeerde toch kort omdat de stelling vrijwel gelijk was aan die van de Mariotti aanval in het Pirc (e4.d6.d4.Nf6.Nc3.g6.Be2.Bg7.h4.Nc6) en dat obscure stukje theorie ken ik nu weer net wel. Als je weet hoe, is deze aanval goed te verdedigen en nadat de h pion daadwerkelijk gespeeld werd waardeert Fritz de stelling dan ook als voordelig voor zwart, maar minder doorslaggevend dan ik had verwacht. Zoals altijd zat het verschil hem in de details: Zoals ik al zei was de stelling niet volledig gelijk   aan de Mariotti, vooral omdat de witte e pion niet op e4 maar op e3 stond. Mijn inschatting was dat dit nu juist de positie van wit minder sterk maakte omdat de loper op de zwarte velden de h pion niet kon ondersteunen op h6 of met Lg5. De opmars van de h pion kwam dan ook vrijwel direct tot stilstand maar mijn paard stond nu vast op f6 omdat het veld h5 gedekt moest blijven. Hierdoor kon ik mijn f pion niet ontwikkelen en nu bleek dat wit het centrum juist beter beheerste dankzij de pion op e3 dan in de Mariotti het geval zou zijn. Als Johan Cruijff een schaker was geweest zou hij ongetwijfeld iets hebben gemompeld over voordelen en nadelen.

Om toch de diagonaal te openen voor mijn koningsloper offerde ik een pion. Alhoewel dat minder goed uitpakte dan ik gehoopt had was er toen nog niets aan de hand. Maar even later schat ik even niet goed in dat een aanvallend bedoelde loperzet van mij eigenlijk iets te scherp was, wat uiteindelijke leidde tot afruil van een aantal stukken waaronder de dames. In de vrij gesloten, maar toch al sterk vereenvoudigde stelling die hier het resultaat van is hebben wij beide nog twee torens, hij een paard en ik een loper. De partij begint nu al aardig in het eindspel te geraken en de pluspion voor wit begint behoorlijk mee te tellen. Voor mij is hopen op remise inmiddels het hoogst haalbare maar mijn loper beheerst alleen de witte velden terwijl het paard van mijn tegenstander zich zowel op wit als zwart kan begeven. Om niet meer pionnen te verliezen word ik gedwongen mijn pionnen één voor één op witte velden te plaatsen waardoor het paard van mijn tegenstander onbedreigd over een aantal sterke zwarte velden midden in de stelling kan beschikken. De combinatie van het overtal, ruimtegebrek en zetdwang maakt dat wit na lang zoeken toch een doorbraak kan forceren en daarna is de zwarte stelling niet meer te houden.

Onbekend met de stand, maar bewust van het feit dat er elders dingen ook niet goed gingen spartel ik nog even door, totdat ook de tijd nog in mijn nek gaat hijgen en ik nog even een paardvork over het hoofd zie. Toen was het mooi geweest en na de goede scores van vorig jaar was nu al
de derde nul mijn deel...
4-1

Dat is tenminste"iets"...


Teamleider
F.G. M(inor)
Na deze uiteenzetting van Andries is het tijd voor ’n kleine tussenbalans. Het maximaal haalbare is nu nog een gelijkspel, zo lijkt dat tenminste in een verslag. De drie borden die op dit moment nog gaande waren hadden, bij mij tenminste, iedere illusie op ’n gelijkspel of meer al getorpedeerd. De uitdrukking op het gezicht van teamleider F.G. was er één van dat soort waarmee je bijvoorbeeld niet op ’n sollicitatiegesprek verschijnt, of het moest ’n sollicitatie bij de belastingdienst of deurwaarderskantoor zijn. Nee…deze avond was er geen een om vrolijk van te worden, we vervolgen ons relaas…

Ik speel nog even door…
Onze enige vrouwelijke troef in het gezelschap is natuurlijk Elise Juijn (1652), aan het witte bord 7 kreeg Elise te maken met Joost Felkers (1805). Als lid van het andere geslacht wil je nog weleens dat kleine beetje goede uit de man halen…maar goed we zijn nu eenmaal in Dordrecht. Elise kwam zeer behoorlijk uit de opening en stond licht beter. Elise kreeg plots last van ’n opkomende verkoudheid, en achtte de tijd rijp om Joost van ’n remisebod te voorzien…”ik speel nog even door” was het antwoord. Joost doet ’n zet en prompt geeft Elise ’n belangrijke pion weg! De stelling stort meteen in, niet lang daarna ging er nog ‘n 2e pion verloren. Joost kreeg de bijbehorende felicitaties en kon het punt bijschrijven…
5-1  

Elise...in Dordrecht


Hotseknotsebegoniaschaak…
Ons spiritualiteitfenomeen dat  luistert naar de naam Freerk Gerkema (1836) onderging aan het zwarte 8e bord de meest krank”zinnige” partij van de avond. John Janssen (1710) was de hoofdschuldige. In een koningsgambiet met het min of meer thematische paardoffer op f3 werd de toon gezet. Ik heb bij tijd en wijle flarden van de stelling gezien en mij daar bewust niet in verdiept, dit om mij meer op mijn eigen “pareltje” te kunnen concentreren (met de bekende afloop). Doordat korte rokade voor zwart gelijk aan onmiddellijke executie stond, verkoos Freerk de lange rokade. Deze stond gelijk aan de dood door verwurging…Freerk had zich al genoodzaakt gezien het stuk terug te geven, maar kon toch niet voorkomen dat John een pion voorkwam en bovendien een levensgevaarlijke aanval op de zwarte monarch ontketende…Onder niet aflatende druk bezweek Freerk uiteindelijk. Een heroïsche overwinning voor John…
6-1

John vs Freerk...


Het lekkerst voor het laatst…
Dit is één van die feiten die de mens op het dier voor heeft, zullen we maar zeggen. Onze enige titeldrager (ooit) is FM John van Baarle (2192). In de loop van de jaren heeft FM John natuurlijk wat aan rating ingeboet, maar sterk blijft hij! Dat FM John aan het 1e bord (wit) als laatste klaar was, zegt meteen iets over zijn instelling. Tegenstander was vanavond Adri Timmermans (1867) die uitstekend partij gaf! Adri is de vader van Dordrechts sterkste speler Mark Timmermans (2269) en liet in de partij tegen FM John zien dat ook Adri het spelletje wel begrijpt. In een Wolga gambiet paste FM John een idee van Victor Korchnoi toe…namelijk niet doorslaan op a6 maar het koekoeksei b6 toepassen. De bedoeling is de in het Wolga beoogde snelle ontwikkeling te frustreren, uiteindelijk ging deze pion verloren, maar de witte ontwikkeling (damevleugel) was tenminste naar behoren voltooid. De stelling bereikte een dynamisch evenwicht en dat was voor Adri de aanleiding om een remisebod te lanceren. FM John moet natuurlijk om zijn ratingpuntjes denken en is bovendien erg goed in het winnen van (gelijkstaande) eindspellen. De klok was inmiddels behoorlijk in het nadeel van Adri aan het tikken waardoor Adri in de al mindere stelling in elkaar stortte. Het enige volle HZPS punt werd dus door toedoen van oud international FM John op het uitslagenformulier genoteerd!
6-2 

FM John...andere problemen


Wat valt er verder nog te zeggen?
Het enige lichtpunt van zo’n avondje Dordrecht is dan de wetenschap dat je weer weg mag…naar huis. Immers…”hoe verder van Dordt, hoe beter het wordt”! Hoe het verder moet met ons team zal de tijd leren. Vooralsnog blijf ik het een incident noemen, oké dan…drie incidenten. En het lijkt me dan ook normaal om deze incidenten af te doen met het 3x is scheepsrecht principe!

De volgende wedstrijd staat geprogrammeerd voor woensdag 19 december (cadeaumaand!?), dan gaan we op bezoek bij SO Rotterdam 3 (het oude team van FM John!)…

Verslag: Aad Juijn
Gastschrijver: Andries Schukking
Fotografie: Elise Juijn  





HZP SCHIEDAM 1  -  ONÉSIMUS 1

Aad Juijn...
Het was de tijd rond Halloween en inderdaad leek het wel of er duistere geesten boven ons team zweefden. Het begon al voor de wedstrijd: maar liefst 3 spelers moesten afzeggen en toen was ook nog teamleider Frans Maas de eerste helft van de avond verhinderd!  Aad Juijn was aan het eerste bord daarom ook nog teamleider en wedstrijdleider!

...duistere geesten
Voor goede waarnemers was het duidelijk te zien dat die duistere geesten vooral belangstelling hadden voor het eerste en tweede bord. Aan bord 1 had Aad Juijn (rating 1978) zwart tegen Marcel van der Linden (1732). Na eerst ’n paar keer gewonnen te hebben gestaan geeft Aad zomaar een stuk weg in een inmiddels gelijkstaande stelling!! Aad speelde nog even door, maar gaf even later op (0 - 1).  Aan bord 2 ging het niet veel beter. Yannick Juijn (1776) had wit tegen Anton Molenaar (1901). In een  ongeveer gelijke stelling zag Yannick stukverlies over het hoofd. Yannick probeerde nog wel wat, maar ook dit was niet meer te doen (0 - 2).

Aad...RSB crisis?


Yannick...ziek voor en na de partij!


Eet smakelijk...(?!)
Het was buitengewoon jammer dat de suggesties van Arnold van der Kammen een week te laat kwamen: zie het verslag van de interne competitie van afgelopen maandag. Arnold stelde voor om wierook, een konijnenpootje, een hoefijzer , een klavertje vier en het geluksdubbeltje van oom Dagobert mee te nemen. Arnold, had dat nu een week geleden voorgesteld!! Je wist toch dat Halloween er aan kwam! Arnold stelde ook nog voor om een kip mee te nemen om te offeren voor godin Caïssa, maar Arnold had hier zijn twijfels over omdat hij niet wist of Caïssa vegetariër is. Van onze kant komt daar nog een extra bezwaar bij: onze vegetariër Freerk Gerkema zou dan misschien weigeren om in het team te spelen. 

Echter, ook Onésimus had geen bezwerende attributen meegenomen en dat zal hun speler Jan de Korte (1843) betreuren. Aan bord 4, in de partij tegen Theo van Zessen (1789) gaf Jan  met de dame op b4 schaak. Theo heft het schaak op door de pion naar c3 te spelen. Op dat moment besluit Jan dat het tijd is om te rokeren. Jammer van de dame (1 - 2)!

Theo...gegeven dame niet in de mond kijken


In vergelijking met deze spektakels was de partij aan bord 3 van Frans Groeneweg (1792) tegen Martin Rensen (1839) wel erg saai, want het bleef een gelijke stelling, met maar erg weinig mogelijkheden om de stellingen te verbeteren. Beide spelers gunden elkaar de beste velden niet en daarom werd het remise door herhaling van zetten (1.5 - 2.5).

...met Halloween weet je het nooit!


Aan bord 7 had Jan Brand (1622) met zwart een Stonewall tegen Henk Henderson (1761). Jan stond onder lichte druk. maar het was tegen te houden. Beide spelers konden hun stelling niet verbeteren. Jan bood remise aan en dat werd geaccepteerd. Jan vond dat prima, gezien het rating verschil (2 - 3).

Jan...prima invalbeurt!


Aan bord 5 had Piet Hofstee (1731) zwart tegen Harm de Oude (1811). Er ontstond een eindspel, waarin Harm een vrijpion extra heeft. Piet moet zijn laatste stuk offeren voor die pion en daarna staat Piet verloren (2-4).

Piet...identiteitscrisis?


Aan bord 6 had Andries Schukking (1716) wit tegen Marcel Tillemans (1776). Om half elf waren er pas 3 stel lichte stukken geruild. Andries had nog 8 pionnen en Marcel 7. Dit zag er hoopvol uit, maar Andries verloor eerst zijn pluspion en na een grote afruil nog een pion. Het resterende lopereindspel was met een pion minder niet te houden (2 - 5).

Andries...op zoek naar RSB vorm


Aan bord 8 had Freerk Gerkema (1836) wit tegen Clement van Eijsden (1755). Beiden hadden kort gerokeerd en beiden vielen op de koningsvleugel aan. Freerk kwam een pion voor. Freerk behandelde de moeilijke stelling keurig en veroverde nog een pion.  Op het moment dat Freerk een derde pion voorkwam vond zijn tegenstander het genoeg.

Freerk wint!


Ons team verloor dus met 3 - 5 van Onesimus. Een rare avond. Voortaan maar niet meer schaken rond Halloween.

Verslag/Foto’s: Frans Groeneweg
Storyboard: Aad Juijn





Nieuwerkerk a/d IJssel 1 – HZP Schiedam 1  5-3 (ronde 1)


'n slok op 'n borrel
Dat onze vereniging dit seizoen kwetsbaar is in RSB verband is al gebleken door het optreden van het 2e team (4 invallers en één speler die niet thuis gaf). De gemiddelde clubrating is vanaf februari 2012 tot nu, nog nooit zo laag geweest (peildatum: september 1993, klik hier voor overzicht). In september 1993 lag dat gemiddelde rond 1720, de vorige ratinglijst (mei 2012) liet het absolute dieptepunt noteren te weten: 1575! Door de komst van FM John van Baarle is er weer een kleine klim te zien. Ondanks de niet geweldige gemiddelde rating weet ons eerste team toch altijd weer een rol van betekenis te spelen in de 1e klasse. De eerste wedstrijd dit seizoen betrof een uitwedstrijd tegen het sterke Nieuwerkerk a/d IJssel 1 dat vorig seizoen slechts op 2 bordpunten na het kampioenschap miste in klasse 1B. Ik voorspel u dat wanneer wij op volle oorlogssterkte waren geweest Nieuwerkerk niet had gewonnen, maar daar koop je natuurlijk geen ene malle moer voor. Door familieomstandigheden moesten wij onze kopman FM John van Baarle (2192) missen en bovendien was bord 3 speler David van der Mast (1857) om studieredenen verhinderd. Door zo’n aderlating ontstaat er druk bij de overige spelers (die niet al te gemakkelijk ’n remise kunnen accepteren). Nu speelden de invallers Jan Brand (1622) aan bord 1 en Eric Emor (1754) aan bord 5 prima partijen, maar qua rating scheelt het toch ‘n slok op een borrel. Dat enkele spelers de sterren van de hemel speelden was een flink lichtpunt. Enkele andere spelers (3) lieten het daarentegen flink afweten. Het zal een grillig seizoen worden met pieken en dalen, geen enkele tegenstander in onze klasse, inclusief het zeer sterke RSR Ivoren Toren 3 dat met een promotieklasse gemiddelde van 1907 de favoriet in onze poule is, zal van zijn zaak zeker zijn wanneer zij tegenover ons zitten…

Wat betreft het verslag van dit treffen is het een beetje behelpen. Normaliter hebben Frans Groeneweg en ondergetekende (Aad Juijn) de afspraak dat diegene die het eerst klaar is met zijn partij het verslag voor zijn rekening neemt. We kennen de situatie rond Frans’ gezondheid, hij zal voorlopig niet meespelen. Aad speelde vanavond aan bord 2 en had zijn schrijfblok tevoorschijn gehaald en tegenstander Edo Pouwelse op de hoogte gebracht dat de aantekeningen die gemaakt zouden worden niets met de onderlinge partij van doen zouden hebben. Edo ging uiteraard akkoord. Uit onverwachte hoek was er echter nog een andere dwarsligger die een stokje voor mijn voorgenomen schrijfbedoelingen stak.  Teamleider van het eerste en tevens het geweten van onze vereniging F.G. Maas legde zijn hand op mijn schouder en sommeerde mij weer te gaan zitten…”houd jij je nu maar met je partij bezig…vraag desnoods na afloop de notatiebiljetten maar”. En dat eerste geschiedde het tweede echter niet. Na afloop van mijn “geesteskindje” (miskraam) informeerde ik links en rechts en volgde nog een enkele analyse, de nog resterende partijen waren inmiddels al in een ver gevorderd stadium. Zelfs de chronologische volgorde van beëindiging der partijen moet ik bij benadering opsommen…Laat ik eens een poging wagen…

...verslagen teamleider


Nieuwerkerk a/d IJssel bracht een bordgemiddelde van 1865 op de been, wij zaten daar met 1765 precies 100 punten onder. Zoals gezegd 2 invallers. Jan Brand (wilde zelf) aan bord 1 en Eric Emor aan bord 5. Doordat Eric naar 5 ging moest Yannick Juijn naar bord 3 en deze laatste was als eerste klaar. Jan Zoorob had als supporter de weg naar het “clubgebouw” (Hervormd Kerkelijk Centrum) weten te vinden…

Goed voorbeeld doet volgen…of toch niet?
Aan het witte bord 3 wachtte Yannick Juijn (1776) de zware klus tegen Cees Klein (1916). Thuis toen ik Yannick er op wees dat hij vanavond aan 3 zat mompelde hij iets als…”ik heb sinds april geen stuk meer aangeraakt”…waarop ik zei “dat maakt voor jou toch geen ene fluit uit”. Tja, dat was dan ook wel weer zo. Yannick pakte de opening hyperscherp aan met een vroegtijdig g4 (kort gerokeerd). Waarop Cees toch maar voor de lange rokade koos. Hierop ging Yannick met b4 doodleuk aan de andere kant van het bord verder op jacht naar de zwarte monarch. Doordat het gehele centrum open lag werd het een ingewikkeld tactisch zootje. Op zet 15 besluit Yannick een kwaliteit te geven en rekent daarbij op de kracht van zijn loperpaar. Van verschillende kanten kwamen somber gestemde berichten…”Yannick gaat eraf”. Een blik op het bord leerde mij dat de kracht van de lopers toch wel erg groot was. Fritz taxeerde het kwaloffer als 0.08, echter het was Cees die op het slappe koord moest dansen. Wit liep niet veel gevaar. Steeds als Cees het lek boven leek te hebben volgde er weer een probleemzet. Op de 18e zet viel Cees van het koord, na een fraaie combinatie ging de dame verloren en mat was ook niet meer te voorkomen. Een uitstekende partij en met vaste hand uitgemaakt…spijtig dat Yannick schaken niet “boeiend” genoeg vindt en dus meer op verzoek van Pa Juijn zijn RSB partijtjes “plichtmatig” afwerkt. 0-1

...we beloven beterschap


Vrijwillige kop van Jut…
Jan Brand (1622) werd gevraagd in te vallen voor FM John van Baarle (2192) en wilde diens bord overnemen…onder het motto “aan bord 1 (wit) heb ik niets te verliezen” en bovendien als Jan zijn avond heeft kan hij ongehoord taai zijn. Het ratingverschil van 339 punten mocht er ook zijn. Tegenstander was Leon Willemen (1961). Doordat Jan naast mij zat kreeg ik het een en ander van zijn partij mee. Jan had de pech dat Leon de Grunfeld-Indiër van stal haalde. Een opening die niemand bij ons op de club op het repertoire heeft staan. Lange tijd volgde Jan keurig de boekjes…In het middenspel begon Leon de druk langzaam maar toch ook zeker op te voeren. Ik hoorde de stelling van Jan kraken. Ondanks dapper verzet wist Jan zelfs in verloren stellingen interessante trucjes in te bouwen, Leon liet zich niet gek maken en besliste de partij op gedecideerde wijze. Alle egards naar Jan…gevochten als in zijn sterke jaren, maar het punt ging naar Leon. 1-1

Jan maakte er geen punt van...(speelde wel goed)


Ons kent ons…
En daar moet men zich op zekere leeftijd niet meer op begeven. Aan het zwarte bord 2 speelde topscorer van vorig seizoen en huidig clubkampioen Aad Juijn (1978) tegen clubkampioen Edo Pouwelse (1961). Aad speelt te allen tijde op winst en dat was in deze partij nu juist het manco. De opening verliep meer dan uitstekend, Edo kwam behoorlijk in de knoei. Aad is van nature een tacticus, strategie gaat ook nog wel maar het positiespel is aan Aad toch “stukken minder” besteed. Welnu…de strategie klopte en leidde tot tactische narigheid voor Edo. Na 13 zetten was de witte stelling meer dan verdacht te noemen. Fritz beoordeelde de zaak met -+ 2.05. In plaatst van de druk verder op te voeren kwam Aad op het lumineuze idee om met een schijnoffer een aantal sterke zwarte stukken te ruilen, en dat alles voor ’n tijdelijk pionwinstje en de witte koning die omdat hij naar d1 moest niet meer kon rokeren. Oké de witte stukken werkten niet goed samen, maar toch kreeg de stelling meer positionele trekken, Aad’s favoriete onderdeel zullen we maar zeggen (hoe dom kun je zijn). Toen de stelling weer aardig in balans was kon Aad dit niet goed hebben en in plaats van remise aan te bieden verkoos Aad een alles of niets poging. Nu bleek achteraf dat het zwakke punt van Edo zijn opening is. Zijn sterke punt is echter om zijn clubgenoten (en tegenstanders) steeds weer opnieuw te verbazen door de deksel van zijn kist af te schuiven, uit de kist te stappen zijn tegenstander erin te leggen, deksel erop en voilà de klus is weer geklaard. Aad bood nog wel remise aan maar was daar rijkelijk laat mee (stond toen al verloren). 2-1

...en zo geschiedde


Drama…
Andries...handigheidje
Aan het zwarte bord 6 speelde Andries Schukking (1716) achter de zwarten tegen Johan de Koning (1821). Andries mailde mij zijn visie op de partij, ik citeer:  Veel valt er niet te zeggen: Ik kwam beter uit de opening en pakte het initiatief. Mijn opening was er op gericht het centrum vast te zetten en ruimte te creëren op de koningsvleugel. Mijn tegenstander onderkende het risico niet of onvoldoende en rokeerde al gauw kort, wat door mij meteen beantwoord werd met oprukkende g en h pionnen. Johan probeerde tegenspel te krijgen door op de damevleugel met zijn b pion op te rukken, maar mijn stukken noch mijn stelling daar kwamen ooit serieus in gevaar. Vervolgens offerde ik mijn paard (het was niet echt een offer omdat ik er drie pionnen voor terug kon nemen, maar dat heb ik niet gedaan) waarna wit nog meer onder druk kwam en straal verloren stond. Om het af te maken had ik nog één klein handigheidje moeten spelen maar die miste ik en om het drama compleet te maken verreken ik me in de afruil met een kwaloffer dat nodig is om de witte koning mat te krijgen. Gevolg: Een volle toren achter en een aanval die niet meer door kan slaan. Wat een drama…
3-1

Andries...drama


 Lichtpunt…
Aan bord 4 (zwart) speelde Theo van Zessen (1789) tegen Jeroen Eijgelaar (1874). Gedurende de partij kreeg ik niet veel mee, het was de enige partij die na afloop door werd geanalyseerd. Ik schoof dus even aan. Theo zocht zijn heil in een stevige koningsaanval, terwijl Jeroen zijn spel op de damevleugel moest vinden. Het ligt in het principe van de koningsaanval dat daar meer dreiging van  uitgaat, immers als dat doorzet is de partij over. Jeroen was enerzijds aan het verdedigen en tegelijkertijd op zoek naar aanval…Doordat de g-lijn geheel open was stonden de koningen wat op de tocht, toch was het de witte koning die het meest gevaar liep. De tegenaanval van Jeroen kwam niet erg uit de verf dit mede door de constante dreigingen richting de witte koning, bovendien stonden de witte stukken niet optimaal en bezweek wit uiteindelijk onder de toenemende dreigingen…Goede partij van Theo 3-2 

Voorzitter Theo geeft voorbeeld...


Geslaagd!
Het witte bord 5 werd bezet door invalkracht Eric Emor (1754), tegenstander was Rob Hoogland (1871). Eric werd op het allerlaatste moment toegevoegd aan de selectie. We moeten ver het archief in om Eric’s laatste optreden voor het eerste team te vinden. Met een ratingverschil van 117 punten stond deze partij ongeveer model voor het algehele gemiddelde ratingverschil van beide teams vanavond. Eric opereert graag vanuit de “underdog” positie en kon dus vanavond zijn hart ophalen. Ook van deze partij kreeg ik dankzij mijn “bordarrest” niet bijster veel mee. Eric zette de partij als gebruikelijk rustig op. Beide spelers soupeerden ruim hun tijd. Uiteindelijk kwam Rob een pion voor. Zware stukken waren van het bord en voor beiden een tweetal lichte stukken en een handjevol pionnen. Wanneer ik mij goed heb laten inlichten had Rob nog 2 minuten en Eric 4. Omdat Rob de meerwaarde van de pluspion meer dan waarschijnlijk niet binnen de toegestane tijd tot winst zou omzetten werd tot remise overgegaan…een uitstekende prestatie van Eric! 3½-2½

Eric als vanouds...


Lulligheidje…
Bord 7 werd “bemand” door Elise Juijn (1652) achter de witte stukken gezeten kreeg Elise te maken met Richard Zyleman (1793)…Voordat F.G. mij in mijn kraag vatte kon ik nog net zien dat Elise prima uit de opening was gekomen. Elise vertelde mij na afloop dat zij eigenlijk prima stond en langzaam maar zeker nog beter kwam te staan. Richard stond erbij en beaamde dit alles. Op een bepaald moment stond Elise zelfs een pion voor en alles zag er veelbelovend uit. Richard ging nog verder door daar aan toe te voegen dat hij zelfs verloren stond. Elise heeft de laatste tijd een en ander te verstouwen in de privésfeer en dat zorgt tijdens het schaken voor nogal wat ruis op de achtergrond. Het moet dan ook in die richting gezocht worden dat zij pardoes een stuk doneerde…en kon opgeven. 4½-2½

Elise...niet helemaal optimaal


“New kid on the block”
Nieuw in het team dit seizoen is Freerk Gerkema (1836), na 3 uitstekende invalbeurten vorig seizoen kunnen we dit seizoen het volste vertrouwen in Freerk hebben. Freerk speelde aan het zwarte bord 8. Tegenstander Han Everaars (1723) kwam met aanzienlijk meer ruimte uit de opening. Wat er zich in het lange middenspel afspeelde is voor mij een geheim en daardoor voor u als lezer ook. Na afloop van de partij wilde Freerk wel kwijt dat hij naar zijn beleving erg lastig stond, feit is wel dat Freerk dit euvel later meer dan recht trok, want hij kwam zelfs in een gewonnen staand eindspel terecht. Helaas glipte Han aalglad naar remise…5-3

Freerk...geheimzinnig middenspel


Tja…wat kun je van zo’n avond zeggen. Zelf was ik nogal ontluisterd over mijn eigen resultaat (en met name middenspelbehandeling). We hadden in de huidige setting de winst eigenlijk voor het oprapen, laat staan wanneer we op volle sterkte waren aangetreden. We kunnen alleen maar vaststellen dat we in potentie een sterk team hebben maar dat de het aan de “afhandeling” hier en daar nog wel eens mankeert. De volgende wedstrijd zal zijn tegen het gepromoveerde Onésimus 1 en wel thuis op maandag 29 oktober…

Verslag/Storyboard: Aad Juijn
Fotografie: Elise Juijn


Een reactie posten