donderdag 13 september 2018

Team 1 2017/2018

                                 
  RSB seizoen 2017/2018, Team 1





Barendrecht / IJsselmonde 1 - HZP Schiedam 1, ronde 7  4 – 4

Barendr/IJ'monde haakt af in
titelgevecht met Spijkenisse...
In de laatste ronde van de RSB schaakcompetitie speelde het eerste team van HZP Schiedam een uitwedstrijd tegen het eerste team van Barendrecht / IJsselmonde. Er hing nogal wat van deze wedstrijd af. Onze tegenstanders wilden kampioen worden en daarmee promoveren en HZP Schiedam wilde niet degraderen.

In dit verslag gebruiken we de actuele ELO-ratings.

Op verzoek van de tegenstanders waren er twee wedstrijden vooruit gespeeld.

Aan bord 2 speelde Cees Verhagen (1857) met zwart tegen Steef Bergakker (1942). Cees kwam de kwaliteit en een pion voor. Cees slaagde er in om een pion op de voorlaatste rij te krijgen. Toen die pion niet kon worden tegengehouden gaf Steef op. En daarmee stond HZP Schiedam met 0 – 1 voor.

Cees (la) won en Theo (lv) verloor. Tussenstand 1-1...


Aan bord 7 speelde Theo van Zessen (1766) met wit tegen Rinus Bongers (1871). Op een vol bord stond een pion van Theo meerdere malen aangevallen en verdedigd. Dan moet je goed tellen. Theo telde verkeerd en was die pion kwijt. Toen Theo ook nog een stuk verloor, gaf hij op. (1 – 1).

Nog voordat we vrijdag vertrokken voor de overige partijen, was er meer bekend.  Een andere wedstrijd in deze groep was gespeeld. En door die uitslag konden we niet meer degraderen!!! En dus konden we opgewekt gaan spelen. Zoals eerder opgemerkt ging het bij ons nu alleen om EGO en ELO!! Bij onze tegenstanders lag dat natuurlijk anders: zij gingen nog steeds voor het kampioenschap.

Aan bord 5 speelde Frans Groeneweg (1805) met wit tegen André Coenen (1885). In de opening stond Frans volgens Fritz op de 12e zet de waarde van 0.7 pion voor. Dit voordeel varieerde wat en op de 18e zet was dit een halve pion. André probeerde op de koningsvleugel wat met de paarden. Frans ving dit op en bood remise aan. André accepteerde. Fritz was het helemaal eens met die remise (1.5 – 1.5).

Omdat Aad Juijn nog speelde, was het volgens afspraak nu de taak van Frans om het verslag te schrijven.

Frans: vlotte remise = verslag schrijven...

Aad: eerdere ontmoeting met Iroy
nogal amateuristisch...
Aan bord 3 speelde Aad Juijn (1930) met wit tegen Iroy Ockeloen (1951). Aad schreef: Eerder dit seizoen speelde ik in de kwartfinale van de RSB beker ook al tegen Iroy. Ik wist toen een gewonnen stelling te bereiken, maar ging zoals een echte amateur betaamt mee zitten vluggeren in de tijdnood van Iroy en liet pardoes een stuk en prise staan en dat was meteen einde oefening. In deze partij probeerde Iroy het met een dynamische opening vol tactische narigheid. Ik koos voor de meest degelijke manier deze ongein in de kiem te smoren en kon bogen op een prettig ruimte voordeel. Er werd veel geruild terwijl het witte ruimte voordeel staande bleef. Op mijn remise voorstel ging Iroy even naar de teamleider (die zelf aan bord 8 speelde), Tjerk-Peter kwam even kijken, maar liet het volgens mij aan Iroy zelf over, en deze aarzelde geen moment want in deze stelling forceren was bepaald niet zonder risico’s.

Met deze remise was de stand nu 2 – 2.

Aan bord 6 speelde Andries Schukking (1693) met zwart tegen Adri Helfrich (1841). Andries vertelde op de terugweg dat hij een stuk geofferd had voor twee pionnen plus initiatief. Helaas bleef er weinig over van dat initiatief. Andries verloor meer materiaal en toen de dame en toren van Adri de koning van Andries bedreigden vond Andries het genoeg (3 – 2).

Aan bord 4 speelde Daniël van Loenen (1971) met zwart tegen Robbert Meijer (1905). Daniël zei na afloop dat het na de opening gelijk bleef, waarna later remise overeen werd gekomen. Maar de volgende dag mailde Daniël dat na invoering van de partij in Chessbase het bleek dat zowel Daniël als Robbert een simpele truc gemist hadden en dat het oordeel van Daniël over de partij dus niet correct was geweest. (3.5 – 2.5).

Daniël en Aad: remise...


Aan bord 1 speelde John van Baarle (2148) met wit tegen Feike Liefrink (2018). John kreeg een gedekte toren op de 6e rij, waar die toren de achtergebleven pion op de 7e rij bedreigde. Een paard van Feike stond aan de rand. Toen duidelijk was dat dit paard verloren zou gaan, gaf Feike op (3.5 – 3.5).

FM John ongenaakbare overwinning...
(Noot redactie: met de nadruk op meestal, Feike)

Aan bord 8 speelde Daan van Loenen (1590) met zwart tegen Tjerk-Peter de Bruijn (1856). Een enorm ratingverschil!!  Daan kwam materiaal achter en stond slecht. Maar Daan bouwde mooie dreigingen in. Daan bood toen remise aan en Tjerk-Peter accepteerde. Daan kon op dat moment een gewonnen stand bereiken, maar dat moet je natuurlijk wel zien. En als je verloren hebt gestaan, dan is remise natuurlijk al meer dan je verwachtte.

Daan: onnavolgbare remise!! Andries (r) strijdend tenonder
in zijn exit HZPS partij...

Hiermee was de eindstand 4 – 4. HZP Schiedam eindigde hiermee op de vijfde plaats. Onze tegenstanders eindigden als tweede: zij kwamen een matchpunt en 3 bordpunten te kort voor het kampioenschap. Het persbericht over deze wedstrijd leest u hier en hier...

Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg
Gedachtebeheer: Aad Juijn






HZP SCHIEDAM 1 - OVERSCHIE 2   2½  -  5½, RONDE 6

Alarm?
Alarm?
Dat we dit jaar een lastig seizoen hebben moge duidelijk zijn, vier matchpunten uit zes wedstrijden is uiteraard not done. We hebben natuurlijk qua rating bepaald geen uitgebalanceerd team, de ratings variëren van 2148 tot 1590. Wanneer de drie topborden hun dag niet hebben gaat de wedstrijd zo goed als zeker verloren. Tel daarbij op dat Cees Verhagen (1857) door zijn werk (te) vaak is verhinderd (slechts twee keer meegedaan) en er dus bijgaand sprake is van een vaste invalkracht. Toch, en dat is opmerkelijk, werden we vorig seizoen derde (net boven Overschie 2!) met dezelfde basis. Kennelijk zat toen mee wat nu tegen lijkt te zitten, of zoiets…

Vals alarm?
Vals alarm?
Vorig seizoen degradeerden twee teams (1e klasse) die 5 uit 7 en 4 uit 7 hadden behaald. Vanuit dit licht bezien moeten we ons ernstige zorgen maken, temeer we in de laatste ronde nog tegen gedeeld koploper Barendrecht/IJsselmonde moeten. Wanneer we nog een seizoen verder terug de tijd ingaan, zien we drie teams met 4 uit 7 onderaan bungelen. Eén daarvan (WSV 1) redde het vege lijf met 24 bordpunten (Spijkenisse 3 had precies hetzelfde aantal matchpunten en bordpunten, maar had het onderlinge duel verloren). Wij hebben dit seizoen de mazzel dat twee teams (HIA 1 en CSV 2) duidelijk tekortkomen in onze klasse. Ook RSR Ivoren Toren 3 kan nog minder potten breken dan wij. Bij moment van schrijven hebben wij nog steeds drie teams onder ons, en ik verwacht dat dit deze ronde zo zal blijven. Wanneer de twee hekkensluiters elkaar in de laatste ronde treffen, en die wedstrijd gelijk zal eindigen is de kans zeer groot dat zij beiden degraderen. RSR Ivoren Toren 3 speelt deze week tegen de gedeelde koploper Barendrecht/IJsselmonde, en komt in de laatste ronde uit tegen de nummer drie SOF. Geen lekker programma aldus. De meevaller is dus dat wij met 4 uit 6 een vijfde plek innemen, en ik voorspel u alvast dat deze plek na deze 6e ronde gehandhaafd blijft. Mijn volgende voorspelling is dat wij in het slechtste geval (verlies van Barendrecht/IJselmonde) op de veilige 6e of zelfs 5e plek gaan eindigen, “mark my words”.

De eersten zullen de laatsten zijn…
Aad: een en ander gemist...
Degene die uiteindelijk het verslag zal schrijven is een ‘erezaak’ tussen Frans en ondergetekende. Wie het eerst klaar is met zijn partij, ongeacht de uitslag, mag als een soort van bonus het verslag schrijven. Het meervoud van verslag is verslagen, en wanneer je met je team bent verslagen is het al een stuk minder aardig om een verslag te pennen. Met enige tegenzin ga ik nu aan de partijbesprekingen beginnen, met de aantekening dat ik behalve in mijn eigen partij, ook nog het een en ander heb gemist in de andere partijen. Opvallend was dat de vaste bord een speler van Overschie 2 na enige eerdere ontmoetingen vandaag geen trek had in het zoveelste onderonsje met FM John en zich liet afzakken naar bord 3. Dit plan om FM John te ontlopen pakte voor Overschie prima uit…

Walk-over…
Aan het witte bord 6 nam wedstrijdleider Andries Schukking (1693) het op tegen de teamleider en tactisch vernuft Daan Smit (1856). Andries’ stukken kwamen op de damevleugel terecht terwijl de witte koning besloot op zijn uitgangspositie te blijven. Er ontstond flinke zwarte druk langs de f- lijn, terwijl Andries daar niet veel tegenover kon stellen. Het was alle zeilen bijzetten. Met enkele behoorlijke rake klappen werd de witte koning in een vroeg stadium in een matnet gedreven, een heuse walk-over…
0 -1     

Andries mat gezet!


WTF?
Aan bord 1 (zwart) speelde FM John van Baarle (2148) bepaald niet één van zijn gelukkigste wedstrijden. Ad interim eerste bord speler Ronald Ruijtenberg (1965) zette zijn partij stevig op. FM John ging al vroeg op avontuur met zijn dame. Groot was de verbijstering, bij ik denk iedereen in de zaal (behalve misschien bij bardame Gerda), toen FM John op zet 15 een ‘kleinigheid’ over het hoofd zag, en pardoes een stuk weg blunderde… Zoiets is bepaald geen alledaagse kost wat FM John aangaat, het zijn wel deze momenten die ons doen beseffen dat FM John kennelijk geen schaak-androïde is.
0-2    

FM John stuk weg geblunderd, Aad ternauwernood remise...


Oef… (1)
Aan het voor hem ongebruikelijke zwarte bord 3 speelde Daniël van Loenen (1971) tegen de normaal gesproken eerste bordspeler Han Smit (1892). Hoe het er precies in de opening aan toe ging moet ik u schuldig blijven. Toen ik naar de bar liep om wat drankjes te scoren, kwam ik Daniël tegen. De gebruikelijke en wederzijdse vraag is dan: “hoe sta je?”. Een moeilijk gezicht en de karige opmerking ‘niet best’… met een soort zelfde gezicht en antwoord van dezelfde strekking toonde ik mijn solidariteit. Nu is Daniël natuurlijk wel van het taaie soort, met het nodige geduld en zijn onmiskenbaar verdedigende kwaliteiten wist Daniël het gevaar te bezweren…  
½ -2½    

Daniël moeizame remise...


Oef… (2)
Aad spoor bijster...
Aan bord 2 (wit) speelde ondergetekende, Aad Juijn (1930) tegen Arnout van Kempen (1845). Het witte gambiet werd uitermate adequaat opgevangen door Arnout. Na enige onnauwkeurigheden mijnerzijds kwam ik in een volkomen hopeloze stelling terecht. Gewoon een pion achter, flink onderontwikkeld, en mijn koning kwam moeilijk uit het centrum. Precies alle stelling eigenschappen die tegenovergesteld zijn van de bedoelingen van gambietspel. Na 10 zetten waardeert Stockfish 9 mijn stelling met min 2.03. Op zet 12 was de narigheid al opgelopen tot min 3.82. Arnout pakte niet door, en koos een minder voortvarend plan. Met enkele dynamische zetten kon ik uit de as herrijzen. Op de 22e zet stond het inmiddels ontstane eindspel volledig gelijk. Teamleider FM John beschermde mij tegen mijzelf door te adviseren remise aan te bieden, daar de situatie aan de overige borden zeer weinig reden tot optimisme bood… 
1-3  

Achter de feiten aan…
Aan het zwarte bord 5 speelde Frans Groeneweg (1805) tegen Jeroen van der Meer (1861). Ook Frans had zijn avond niet. Van meet af aan moest Frans achter de feiten aan lopen. Frans mailde het volgende relaas: In mijn partij met zwart tegen Jeroen van der Meer raakte ik een pion kwijt en die heb ik niet meer teruggezien. Na afruil ontstond een eindspel waarin we allebei een loper van dezelfde kleur hadden. Op de koningsvleugel stonden drie pionnen tegenover elkaar en op de damevleugel had Jeroen een vrijpion op de voorlaatste rij. Mijn koning was gebonden aan die vrijpion en daardoor kon de koning van Jeroen gaan feestvieren bij de pionnen op de koningsvleugel en zo won Jeroen.
1-4

Frans: pionnetje nooit meer terug gezien...


Overmacht…
Aan bord 8 (wit) nam Daan van Loenen (1590) het op tegen Ruud-Jan Kloek (1782). Aanvankelijk was er van het grote ratingverschil niet zoveel te merken. Toen ik na afloop van mijn eigen partij een kijkje ging nemen had Ruud-Jan toegeslagen. Zwart had twee pionnen weten te verschalken, en even later kwam daar nog een derde bij. De witte damevleugel was zogezegd leeg gevreten. Daan speelde, tegen beter weten in, nog even door. De executie was een kwestie van weinig tijd, Daan wachtte het vonnis echter niet af en streek de vlag.
1-5

Daan verloor en Hans scoorde een uitstekende remise...


Opstekertje…
Aan bord 7 (zwart) verving Hans Schrumpf (1582) de wederom door zijn werk gegijzelde Cees verhagen (1857). Tegenover Hans zat Aad Everwijn (1788). Hans moest dus 206 ratingpunten zien te overbruggen, en dat ging prima. Langzaam maar zeker weet Hans het initiatief naar zich toe te trekken. Hans komt een pion voor en controleert de open e- lijn. Toch blijkt het, met de zware stukken en voor beide een loper op het bord, niet eenvoudig om een concrete winstweg te vinden. Mede door de inmiddels ontstane 1-5 achterstand heeft forceren weinig zin, en besluiten de heren tot remise… Een prima invalbeurt voor Hans!  
1½ -5½

Spreekwoordelijke eer…
Aan het witte bord 4 speelde voorzitter Theo van Zessen (1766) tegen Wijnand Rijnders (1897), die met 131 ratingpunten in de plus toch wel als de favoriet mocht worden beschouwd. De witte bedoelingen waren duidelijk, spel zien te krijgen langs de f- lijn. Wijnand anticipeerde hier niet al te doortastend op. Het gevolg was dat Theo inderdaad de f- lijn kon bezetten en met een toren op f6 kon binnenkomen. De zwarte dame en koningstoren stonden op de gesloten h- lijn, fout geparkeerd tussen de eigen pionnen machteloos toe te kijken, evenals de werkeloze witveldige loper. Nadat Theo als gezegd de toren op f6 had weten te krijgen ging de zwarte hulpeloze d6 pion eraf. Daarbij was Wijnand ook nog eens in behoorlijke tijdnood verzeild geraakt. De witte stukken stonden inmiddels klaar voor de genadeslag, zover liet Wijnand het niet meer komen en gaf op. Theo wist dus als enige speler van HZPS te winnen, en deed dat op overtuigende wijze!
2½ -5½

Theo zorgde voor de enige overwinning!


En nu?
We wachten even af...
Is het even afwachten of de beide koplopers, die tezamen in een bordpunten oorlog verwikkeld zijn, hun beulswerk verrichten. Wanneer deze inderdaad stevig uithalen tegen de twee onder ons bivakerende teams (CSV 2 en RSR Ivoren Toren 3) nemen onze kansen op handhaving enorm toe. Barendrecht/IJsselmonde is onze tegenstander in de laatste ronde. Wij hebben dit team uitgeschakeld in de RSB beker. Zij weten dus dat de strijd aan de eerste vier borden bepaald geen uitgemaakte zaak voor hen zal zijn. Ik ga er dus vanuit dat Barendrecht/IJsselmonde er op gespitst zal zijn om met zeer ruime cijfers, in deze ronde, van RSR Ivoren Toren 3 te winnen en dat is uiteraard weer enorm in ons voordeel! We wachten even af, maar degraderen lijkt mij niet van toepassing, wordt vervolgd…

Update:
De zesde ronde is gespeeld en dus kunnen we gaan rekenen. Zoals verwacht hebben de beide koplopers gewonnen van CSV 2 en RSR Ivoren Toren 3 (nummer 6) . Het bordpuntenfestijn is uitgebleven namelijk tweemaal 5-3. In de laatste ronde treffen de nummers 7 (HIA) en 8 (CSV 2) elkaar. Eén van de twee degradeert op zeker. Bij een gelijkspel degraderen beide teams. In het gekste scenario laten we nummer 7 (HIA 1) winnen met 8-0. Zij eindigen dan met 4 matchpunten en 24½ bordpunt. Wij hebben nu 21½ bordpunt, en dat betekent dat wij de laatste wedstrijd met 5-3 mogen verliezen (wij hebben de onderlinge ontmoeting gewonnen). Wint HIA met 5-3, dan mogen wij zelfs met 8-0 verliezen. Wij spelen op een vrijdag (HIA - CSV 2 ook). Op de woensdag voorafgaand aan onze wedstrijd speelt SOF (nummer 3) tegen RSR Ivoren Toren 3 (3 matchpunten, 21 bordpunten), wanneer RSR Ivoren Toren 3 verliest, is onze wedstrijd een formaliteit, en maakt geen enkele uitslag het verschil. 


Verslag/gedachtebeheer: Aad Juijn
Fotografie: Frans Groeneweg

   

                               CSV 2 - HZP SCHIEDAM 1   4  -  4, RONDE 5

Afgelopen vrijdag speelde het schaakteam van HZP Schiedam een uitwedstrijd tegen het team van CSV 2. Maar aan deze wedstrijd was al wat voorafgegaan. De tweede bord speler van CSV, Jaap Rusch, wist al lang van te voren dat hij deze avond niet kon spelen. Hij had daarom HZPS verzocht of hij die wedstrijd in Schiedam vooruit mocht spelen. Een gebruikelijk verzoek hetgeen vrijwel altijd wordt ingewilligd.

Jaap: vormcrisis?
Dus had Aad Juijn (rating 1925) al met zwart gespeeld tegen Jaap Rusch (rating 1836). Aad schreef hierover: Maandagavond 22 januari kwam Jaap dus vooruitspelen. Bij de opgegeven opstellingen van klasse 1A staat Jaap bij CSV 2 met rating 1891het hoogst genoteerd. Inmiddels heeft Jaap alle 5 de RSB wedstrijden verloren… een man uit vorm zo lijkt het. Onze ontmoeting werd al snel vrij scherp. Op zet 18 deed Jaap een positionele concessie door middel van een niet zo handige paardruil. Hierna ging het snel bergafwaarts. Een wit wanhoopsoffer kon het tij ook niet meer keren, na de 23e zwarte zet geloofde Jaap het wel, en zo was de partij om half tien gespeeld, en hebben wij zo’n drie weken lang voorgestaan.   

Aad: vooruit gespeeld en gewonnen...

Door deze overwinning van Aad dachten we dus met een 0 - 1 voorsprong af te reizen naar CSV. Maar helaas, teamleider FM John van Baarle had zijn uiterste best gedaan, maar door afzeggingen misten we de achtste bord speler en was het dus 1 – 1.

Aan bord 5 speelde Frans Groeneweg (1796) met wit tegen Johan Bos (1709). Door een ongelukkige zet van Johan sloot hij zijn eigen toren in. Frans viel die toren aan met zijn loper en kwam zo een toren voor, tegen de prijs van een loper. Even later stond de loper van Johan ingesloten. Frans viel die loper aan met een pion en Frans stond nu een toren voor. Johan was inmiddels met weinig stukken een koningsaanval begonnen. Het was even spannend, maar toen het duidelijk was dat die aanval niets zou opleveren, gaf Johan op. En daarmee stond HZPS met 1 – 2 voor.

Frans: torenwinst...

Aan bord 7 speelde Piet Hofstee (1627) met wit tegen Elnathan Ghebreab (1707). Aanvankelijk zag het er gelijk uit. Maar toen verloor Piet een pion en snel daarna nog een pion. Elnathan had toen twee verbonden vrijpionnen en Piet gaf op (2 – 2).

Piet (r) en Andries (l): beiden verlies...

Aan bord 4 speelde Theo van Zessen (1786) met zwart tegen Arjan Terlouw (1807). De stelling bleef in evenwicht. Er werd steeds meer geruild. Arjan bood remise aan en Theo accepteerde (2.5 – 2.5).

Theo: evenwichtige remise...

FM John: verhaal halen...
Aan bord 1 speelde FM John van Baarle (2137) met wit tegen Richard van Herk (1878). John offerde een pion voor positioneel voordeel. John kwam nu met verbonden torens op de 6e rij binnen en veroverde 2 pionnen. De aanval van John sloeg door en Richard gaf op (2.5 – 3.5).



FM John naar winst, Daniël (m) remise...

Aan bord 3 had Daniël van Loenen (1970) wit tegen Walter Vermeer (1777). Er ontstond een middenspel waarbij beiden dame, loper en paard hadden. Daniël had een pion meer. Maar uiteindelijk bood Daniël remise aan (3 – 4).

Aan bord 6 had Andries Schukking (1699) zwart tegen Willem Klein (1712). Er ontstond een eindspel van lopers van ongelijke kleur. Andries had 2 pionnen en Willem had er 3. Andries verloor en daarmee was de eindstand 4 – 4. (foto Andries, zie Piet)

Bij HZP Schiedam waren er na afloop enkele spelers die zeiden: had ik dit maar gedaan of had ik maar dat gedaan. Daarmee werd de indruk gewekt dat we hadden moeten winnen. Maar bij CSV waren er ongetwijfeld ook spelers die dachten: had ik maar, enz.

Het is zoals het is: een gelijkspel 4 – 4.

HZPS: nog lang niet veilig...
De uitslagen van de andere wedstrijden zijn bekend. Maar het is toch wel duidelijk: HZP Schiedam is nog lang niet veilig voor degradatie. Topscorers bij HZP Schiedam zijn: John van Baarle met 4 uit 5, Daniël van Loenen (3.5), Aad Juijn (3) en Frans Groeneweg (3).



Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg
Gedachtebeheer: Aad Juijn



HZP SCHIEDAM 1 - Spijkenisse 2   2½ - 5½, ronde 4

Verwachtingen
wat beperkt...
Afgelopen maandag (18 december 2017) speelde ons eerste team een thuiswedstrijd tegen koploper Spijkenisse 2. Spijkenisse had in deze wedstrijd een gemiddelde ELO rating van 1950, wij moesten het doen met een gemiddelde van 1803. De verwachtingen waren daarom wat beperkt of realistischer gezegd… “de nederlaag lag nogal voor de hand”.  Bemoedigend was wel dat oud-lid Arjan Schouteren (1816) zijn ouwe cluppie weer kwam aanmoedigen, en vooral dat het HZPS bloed weer bij Arjan begint te kriebelen. We kunnen in het eerste een dergelijke versterking hard gebruiken... 

We gebruiken de november ratings in dit verhaal.

Fritz: slecht idee...
Aan bord 5 speelde Frans Groeneweg (1796) met zwart tegen Rob Kalkman (1899). Het werd een wilde, vreemde partij: Na 8 zetten heeft Frans nog geen enkel stuk ontwikkeld, er zijn wat paardzetten gedaan, waarna het paard geruild werd en verder pionzetten (Euwe is nu erg boos). Rob heeft een geïsoleerde damepion op de 5e rij. Volgens Fritz staat Rob de waarde van 0.40 voor. Vervolgens komt Frans de waarde van een pion achter, maar op de 14e zet is het weer gelijk. Dan op de 15e zet offert Rob een paard voor pion f7 bij de koning van Frans. Dat was totaal onverwacht, dus eerst schrikken. Fritz vond het offer een slecht plan; Frans staat 2.60 beter, maar Rob was wel erg dreigend bezig. Toen kreeg Frans de keus meer materiaal voor te blijven, maar dan moest de koning onbeschermd het open veld in. Frans deed dit niet (Euwe glimlacht), en daar werd Rob door verrast. Remise op voorstel van Frans. Fritz vindt dat Frans nog twee pionnen beter staat (loper voor een pion), maar Frans heeft een geïsoleerde dubbele pion aan de rand en de stukken werken niet samen (toren en loper nog ingesloten). Beiden tevreden met remise, ½-½.

Frans: remise in wilde, vreemde partij...

Aad schaakte nog en dus mocht Frans het verhaal schrijven.

Aan bord 2 had Daniël van Loenen (1970) wit tegen Kostas Sideras (1928). Om half tien zat men daar in het eindspel. Beiden de dame en 7 pionnen die tegenover elkaar stonden. Remise, 1-1.

Daniël ook remise...

Aad: ongemakkelijke koning...
Aad bord 3 speelde Aad Juijn (1925) met zwart tegen Fabian van Buuren (1923). Aad schreef: Na een gecompliceerde openingsfase kwam ik de kwaliteit tegen een pion voor. Fabian had wel actief stukkenspel en een veilige koning, de zwarte koning oogde wat ongemakkelijk. Toen Fabian op de 19e zet besloot een loper te offeren kwam ik gewonnen te staan. Ik reageerde niet heel scherp, maar enkele zetten later dachten beide spelers dat het gedaan was met wit! Toch bleken er nog aardige ressources in te zitten die Fabian stuk voor stuk vond. Toen ik dacht te oogsten overzag ik het witte idee om zijn dame te ruilen tegen mijn twee torens. Fabian had een toren, paard en 7 pionnen, terwijl ik met dame en 5 pionnen totaal geen vuist meer kon maken. Mijn veronderstelling één van de twee witte stukken buit te maken klopte niet, Fabian speelde deze fase uitstekend! Tot overmaat van ramp miste ik ook nog een remisevariant, en verloor ik deze achteraf helse partij…1-2.

Aad: verlies...

Andries Schukking (1699) speelde met wit aan bord 6 tegen Steven de Wilde (1865). Dit werd voor Andries een prachtige avond. Andries offert een stuk bij de koning van Steven en dan werken de stukken van Andries prima samen voor een verwoestende koningsaanval. Klasse Andries!! 2-2.

Andries zorgde voor het enige volle punt, en hoe!

Aan bord 1 speelde FM John van Baarle (2137) met zwart tegen Ricardo Klepke (2229). Om half elf hadden beiden de dame, 2 torens, een paard en 6 pionnen, en weinig dreiging. Er werd tot remise besloten, 2½-2½.

FM John remise tegen sterke opponent!

Hans Schrumpf (1567) viel in aan bord 7 en speelde tegen Bart de Glopper (1948). Zo’n ratingverschil is gewoon niet leuk meer. Hans vertelde dat Bart een stuk offerde. Hans moest het teruggeven en stond toen goed, maar daarna gaf hij helaas de kwaliteit weg, 2½-3½.

Hans: verlies door groot ratingverschil?

Theo van Zessen (1786) had wit aan bord 4 tegen Joey Brokaar (2018). Ook hier een enorm ratingverschil. Theo zei na afloop dat Joey een stuk weggaf maar dat Theo dit niet gezien had. In het eindspel hadden beiden de dames en een toren en verder nog 6 pionnen, maar de tijd van Theo raakte bijna op. Theo moest opgeven, 2½-4½.

Theo moest opgeven...

Aan bord 8 had Daan van Loenen (1581) wit tegen Richard Koopman (1700). In het eindspel had Daan loper en paard en 4 pionnen, Richard had een toren, loper en 5 pionnen. Daarbij had Daan slechts enkele seconden in deze verloren stelling, en gaf dus op…

Daan: slechts enkele seconden in verloren stelling...

Spijkenisse: maatje te groot...
Hiermee verloren we met 2½-5½. Ondanks het feit dat de nederlaag “nogal voor de hand lag” mag Spijkenisse zich toch enigszins gelukkig prijzen dat Theo, Frans en Aad hun winstkansen onbenut lieten…

Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg
Gedachtebeheer: Aad Juijn







HZP SCHIEDAM 1 -  HENDRIK-IDO-AMBACHT 1   5.5 – 2.5

Tja...
Afgelopen maandag speelde ons eerste team een thuiswedstrijd tegen het eerste team van Hendrik-Ido- Ambacht. Vooraf stond ons team samen met RSR Ivoren Toren en CSV onderaan met 1 wedstrijdpunt uit 2 wedstrijden. Onze tegenstander had 2 wedstrijdpunten. Beide teams konden dus wel een overwinning gebruiken.



In het volgende verslag gebruiken we de ratings van november.

Frans Groeneweg (1796) had zwart aan bord 5 tegen John van Hest (1788). We volgden 8 zetten lang een hoofdvariant van de opening en toen was de stand volgens Fritz gelijk. Op de 19e zet was de stelling nog steeds gelijk, maar toen koos Frans een wat agressieve zet, waar Fritz niet tevreden over was. Frans kwam de waarde van een pion achter. Twee zetten later, met nog steeds de waarde van een pion achter, bood Frans remise aan.

Frans als eerste klaar, en dat betekent...

John had het gevoel dat hij wat beter stond (en dat was dus ook zo volgens Fritz), maar John dacht dat het onvoldoende was voor de winst en bovendien had hij veel minder tijd. John accepteerde de remise. (0.5 – 0.5).

Frans zag dat Aad Juijn nog speelde en dat betekende dat Frans het verslag moest schrijven.

Inmiddels was het ook afgelopen aan bord 7. Hier speelde Cees Verhagen (1848) met zwart tegen Girair Hakopian (1747). Cees vertelde dat Girair te agressief speelde zonder voldoende te ontwikkelen. Cees kon hierdoor druk krijgen. Alle zwarte velden van Girair waren zwak en zijn stukken werkten niet goed samen. Cees veroverde een stuk voor 2 pionnen en kon mogelijke vrijpionnen tegenhouden en één voor één veroveren. Het klopte precies op één tempo en dat was net genoeg. Cees stond nu een stuk voor en daarna liep het van zelf. (1.5 – 0.5).

Cees (midden) wint!

Frank: uitglijder met paard
Aad bord 3 speelde Aad Juijn (1925) met zwart tegen Frank Plomp (1830). Aad schreef: Frank speelde een nogal weinig ambitieus systeem. Op zet 12 besloot Aad (geheel tegen zijn natuur) de dames te ruilen, waardoor Frank met een geïsoleerde pion op e3 kwam te zitten. Dit was het enige aanknopingspuntje dat zwart bezat. In een dubbel toren eindspel met voor beiden een paard en 6 pionnen verdedigde Frank aanvankelijk goed, op de 24e zet produceerde Frank in een voor hem lastige stelling een uitglijder met zijn paard. De uitglijder resulteerde in kwaliteitsverlies. Frank probeerde met de moed der wanhoop de zaak nog te keepen, maar Aad liet zich niet meer foppen.      

Na de opgave van Frank stonden we 2.5 – 0.5 voor.
  
Aad wint...

Aan bord 1 speelde FM John van Baarle (2137) met zwart tegen Henk van Gemerden (1894). Om 10 uur hadden beiden de dame, 2 torens, een paard en 6 pionnen. Hierna veroverde John een pion. Toen FM John nog een pion veroverde vond Henk dat het genoeg geweest was (3.5 – 0.5).

FM John wint ook...

Andries Schukking (1699) had wit aan bord 6 tegen Johan Kleinbloesem (1758). Andries gaf na afloop zijn partij aan Frans en Frans liet Fritz de partij beoordelen. Na 19 zetten was de stand nog gelijk. Daarna dringt Andries Johan terug en Andries krijgt aanval. Andries komt steeds beter te staan: op de 32e zet staat Andries de waarde van 1.5 pion voor. Op de 35e zet heeft Andries toren, loper, paard en 5 pionnen. Johan heeft toren, paard en 6 pionnen. Andries staat nog steeds de waarde van 1.5 pion voor. Dan gaat er bij Andries een stuk verloren en ontstaat er een verloren eindspel (3.5 – 1.5).

Andries verloor ...

Aan bord 4 speelde Theo van Zessen (1786) met wit tegen Frank van Manen (1691). Frans zag dat Theo 2 torens, een loper en 6 pionnen had. Frank had 2 torens, een paard en 5 pionnen. Er volgde een grote afruil. Hierna had Theo een loper en 6 pionnen. Frank had een paard en 5 pionnen. Er werd remise overeengekomen (4 – 2).

Theo: ondanks pion voor, toch remise...

Hoe eng??
Daniël van Loenen (1970) speelde aan bord 2 met wit tegen Xander van Doorn (1891). Ineens ontstond er een gecompliceerde situatie: er stond van alles in. Frans vond dat het er eng uitzag. Er volgde een afruil. Daniël had toen een dame, een toren, 2 lopers en 4 pionnen. Xander had een dame, een toren, een loper, een paard en 5 pionnen. Op dat moment had Xander nog 20 seconden bedenktijd. Xander bleef steeds erg weinig bedenktijd houden. Daniël veroverde een pion en toen was de bedenktijd van Xander op. (5 – 2).

Daniël wint in 'enge' stelling ...

Daan van Loenen (1581) had wit aan bord 8 tegen Aart Burggraaff (1655). De pionnen van Daan waren verder opgerukt: 3 pionnen op de 5e rij. Daan had dus meer ruimte, maar het stond erg vast. Daan probeerde via de koningsvleugel door te breken, maar alle torens gingen er af en remise werd overeen gekomen.

Daan: remise overeen gekomen...

Hiermee wonnen we met 5.5 – 2.5. Het duurt nog even voor we weten op welke plaats we hiermee komen, want alle andere wedstrijden worden vrijdag pas gespeeld.

Topscorers bij ons team zijn FM John van Baarle en Daniël van Loenen met 2.5 punten uit 3 wedstrijden. Aad Juijn volgt met 2 punten. Frans Groeneweg en Daan van Loenen hebben 1.5 punten. 

Het persbericht van deze wedstrijd kunt u hier lezen...

Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg
Gedachtebeheer: Aad Juijn




RSR IVOREN TOREN  3 -  HZP SCHIEDAM  1   4  -  4, Ronde 2

Verliezer onderin te vinden...
Afgelopen vrijdag speelde ons eerste team een uitwedstrijd tegen het derde team van RSR Ivoren Toren. Er waren al wat wedstrijden in onze poule al gespeeld. Op dat moment hadden 4 teams 2 wedstrijdpunten behaald. RSR en HZPS hadden hun eerste wedstrijd verloren. De winnaar van onze wedstrijd zou dus aansluiten bij de middenmoot en de verliezer zou onderin zijn te vinden.

Zoals altijd bij uitwedstrijden vroeg Frans Groeneweg aan de wedstrijdleider of hij foto's mocht maken voor de website. Dat mocht en toen zei een speler van RSR: "En dan maakt Aad Juijn er van die grappige teksten bij". Dank U, dank U, vooral namens Aad.

In het verslag gebruiken we de ratings van november.

Aad: profetische woorden...
Frans Groeneweg (1796) speelde met wit aan bord 5 tegen Dick Straathof (1844). Beiden ontwikkelden hun stukken en rokeerden. Frans probeerde wat op de damevleugel: de toren op de half- open c- lijn en de b- pion naar voren. De toren stond al op de vijfde rij. Frans speelde "gedachteloos" de dame ook op de c- lijn. Toen viel Dick de toren aan en was er te weinig ruimte op de c- lijn!! De toren moest naar a5 voor de eigen pion! Het was even spannend, maar Dick drong niet aan en even later kon de toren weer naar de c- lijn. Alles stond van beiden goed verdedigd en geen zwaktes om aan te vallen. Remise werd overeengekomen (0.5 – 0.5). In de auto had  Aad gezegd dat als beiden eerst netjes ontwikkelen er vaak een ondoordringbare situatie ontstaat. Profetische woorden van Aad!

Frans: eerste klaar, en dus schrijven!

Aad Juijn speelde nog en volgens onze afspraak zou Frans dan het verslag voor de website maken.

Frans had al gezien dat de partij van Daan van Loenen (1581) met zwart aan bord 8 tegen Martin J. Focks (1624) al eerder uit was. Daan zei dat hij met de dame schaak had gegeven en gelijktijdig met de dame een loper aanviel. Daan veroverde zo de loper en toen Daan wat later ook nog de kwaliteit veroverde vond Martin dat het genoeg was geweest (0.5 – 1.5).

Daan: gemakkelijke avond!

Aan bord 4 speelde Theo van Zessen (1786) met zwart tegen Evert Mulder (1829). Evert ging al snel met de h- pion naar voren. Theo rokeerde toch kort en achteraf dacht hij dat dit misschien niet goed was. De pion gaat naar h5 en daar volgt een grote afruil, waarna Evert een koningsaanval heeft met dame, toren, loper en paard. En dat sloeg door.
(1.5 – 1.5).

Theo: volledig overrompeld...

Invaller Gerard Turkenburg (1579) speelde aan bord 7 met wit tegen Wouter Scheffer (1643). Gerard zei dat na de opening de stand ongeveer gelijk was. In het eindspel stond Wouter iets beter maar dat was niet genoeg voor de winst. Remise dus (2 – 2).

Invalkracht Gerard prima resultaat...

Andries Schukking (1699) zat aan bord 6 tegen Arrian Rutten (1663). Dit ging vreemd: bij het halen van koffie zei Andries dat hij een stuk ging winnen. Maar het liep totaal anders: Andries verloor een stuk. Andries probeerde nog van alles maar het mocht niet baten 
(3 – 2).


Andries: lelijke misrekening...

Toen werd alleen nog aan de eerste drie borden gespeeld.

Aad: Neanderthaler opvattingen...
Aan bord 3 speelde Aad Juijn (1925) met wit tegen Arend Bongers (1832). Aad schreef over deze partij: Door mijn Neanderthaler opvattingen van het schaakspel (meteen los gaan en dan zien we wel verder) leek  Arend enigszins onder de indruk. In een knotsgekke opening ging ik duidelijk te ver (bron: vervelende betweter, en dus zeikerd Stockfish). Arend had binnen elf zetten tweemaal een reuzenkans op groot voordeel over het hoofd gezien (ik uiteraard ook, anders had ik het zo niet gespeeld), de witte dreigingen leken gevaarlijker dan dat zij daadwerkelijk waren. Vanaf de 11e zet werd de partij pas normaler, na een grootscheepse afruil telden beide spelers zes pionnen, alle vier de torens deden nog mee en voor beide de lopers van de zwarte velden. Arend had echter nog niet gerokeerd en bovendien stonden de e-  tem de h- pion nog in hun startblokken, de loper op f8 en de toren op h8. Door pion d4 in de aanbieding te doen deden de drie witte stukken wel mee. Dit was het moment dat Arend in paniek raakte en snel alsnog wilde ontwikkelen, vreemd genoeg was dit precies wat de zwarte stelling juist niet kon hebben. Op de 24e zet na torenverlies geloofde Arend het wel. Over één ding in deze partij kan ik tevreden zijn, en dat is de uitslag… de rest van de partij maar snel door zappen (3 – 3).

Aad zat regelmatig te slapen...

Daniël van Loenen (1970) speelde met zwart aan bord 2 tegen Herman van Malde (1796). Frans zag dat er een eindspel was ontstaan waarin beiden een loper van dezelfde kleur hadden en beiden 6 pionnen.  De pionnen stonden precies tegenover elkaar en in combinatie met de loper konden de koningen niet doordringen naar de pionnen van de tegenstander. Remise (3.5 – 3.5).

Daniël remise...

Toen was alleen het eerste bord nog over. Daar speelde John van Baarle (2137) met wit tegen Paul Batenburg (1988). Paul ging met de f- en g- pion af op de gerokeerde koning van John. John verloor de kleine kwaliteit maar had 2 pionnen extra. Er volgde meerdere keren een afruil. Op zeker moment had John een toren en 4 pionnen, Paul had een toren, een loper en 2 pionnen. Uiteindelijk volgde een torenruil en werd remise overeengekomen.

FM John remise aan bord een...

Daarmee was de eindstand 4 – 4. Helaas staan beide teams hiermee (wederom) onderaan.

Topscorers bij HZPS zijn John van Baarle en Daniël van Loenen met 1.5 uit 2.

Het verslag van deze wedstrijd door Paul Dekker op de site van RSR Ivoren Toren leest u hier... 

Het persbericht van deze wedstrijd leest u hier...

Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg
Gedachtebeheer (ballonnenfabriek): Aad Juijn



HZP SCHIEDAM 1 - SOF/DZP  1  3  -  5,  Ronde 1

... extra spanning
Afgelopen maandag speelde ons eerste team zijn eerste RSB wedstrijd, een thuiswedstrijd. Zo'n eerste RSB wedstrijd is altijd weer even wennen. Niet tegen de eigen clubleden, waarvan je de sterkte weet en hoe ze ongeveer spelen. Nee, nu is het onduidelijk wie er tegenover je komt te zitten, welke opening hij speelt en heeft hij misschien een veel hogere rating? Daarnaast de extra spanning omdat je in een team speelt. Er was wel compensatie: de enorme reisafstand was gelukkig voor de tegenstanders.


Aan bord 5 had Frans Groeneweg (rating 1794) zwart tegen Marcel de Ruiter (1862). Fritz vond dat Marcel in de opening de waarde van ongeveer een halve pion voor bleef. Geleidelijk krijgt Marcel druk in het centrum en ook druk op de gerokeerde koning van Frans. Marcel komt volgens Fritz geleidelijk de waarde van anderhalve pion voor. Frans kan de dreigingen opvangen en de achterstand daalt tot ongeveer een halve pion. Dan ontstaat een eindspel met alleen lopers van ongelijke kleur. Marcel heeft 6 pionnen en Frans 5 pionnen. De loper van Frans kan de pionnen tegen houden en remise op voorstel van Marcel (0.5 – 0.5).

Frans na nette remise verslag schrijven ...

Frans keek om zich heen en zag dat enkele partijen al uit waren, maar webmaster Aad Juijn speelde nog. Aad en Frans hebben al jaren de afspraak dat degene die het eerst klaar is met zijn partij ook het verslag schrijft. Dus ging Frans eerst vragen hoe de afgelopen partijen gingen.

Aan bord 1 had John van Baarle (2131) zwart tegen Mark van Putten (1960). John zei dat het gelijk op ging in de opening. Daarna kreeg John initiatief. In een moeilijke stelling verloor Mark een pion. Mark moest zijn dame offeren voor toren en loper. John zei dat het daarna technisch uit was. (1.5 – 0.5).

Aan bord 2 had Daniël van Loenen (1934) wit tegen Ivo Lagendijk (1787). Het werd een Engelse opening waarbij Ivo erg veel tijd gebruikte. Na de 11e  zet had Ivo nog maar 15 minuten bedenktijd. Bij de start van het eindspel ging Daniël een zwakte uitbuiten en Ivo had geen tijd om hierover goed na te denken. De stelling ging open en Ivo had nog 3 seconden. Daniël won (2.5 – 0.5).

FM John en Daniël pakten beiden de winst!

Andries: blunderde, door
achter het bord te gaan zitten ...
Andries Schukking (1705) had aan bord 6 wit tegen Ruud van Hooff (1920). Andries was erg ontevreden over zijn eigen spel. Hij zei dat hij een blunder had gemaakt door achter het bord te gaan zitten (2.5 – 1.5).






Andries: erg ontevreden na verlies ...

Cees verhagen (1863) speelde met zwart aan bord 7 tegen Johan du Pree (1802). Cees was al weg en dus aan Johan gevraagd hoe het ging. De opening was Pirc of de Leeuw. Johan had lang gerokeerd en Cees rokeerde niet. Cees deed een verkeerde paardzet, waarna Johan met een schijnoffer een pion veroverde (Cees kon niet terugslaan vanwege mat op de onderste rij). Cees wilde een loper van Johan terug dringen en Johan offerde toen een paard voor 2 pionnen. Johan had nu dus in totaal 3 pionnen voor een stuk. De koning van Cees stond slecht en de dreigingen van Johan waren niet te stoppen. (2.5 – 2.5).

Aan bord 8 had Daan van Loenen (1586) wit tegen Jan Vonk (1864). Daan zei dat hij in een gesloten Siciliaan een randpion weggaf. Daan had dreigingen maar Jan loste dat op. En toen ging het hard bergafwaarts. Daan had wel met plezier gespeeld. (2.5 – 3.5).

Cees en Daan beiden ten onder ...

Theo: in hogere zin gewonnen ...
Theo van Zessen (1779) had aan bord 4 wit tegen Ronald Sparreboom (1982).  Frans zag alleen het eindspel. Het was al laat en de zaal moest nog opgeruimd worden. Geen tijd voor een gesprek. Maar bij het verlaten van de speelzaal zei Theo dat het nogal een partij was geweest. Daarom belde Frans de volgende dag Theo op en vroeg om een verslag. Theo zei dat het de moderne Steinitz variant van het Spaans was. Ronald speelde op de vijfde zet een riskante zet. Theo veroverde via een schijnoffer een pion: door met een paard te slaan. Ronald kon dat paard niet slaan. Theo stond nu een pion voor en had bovendien dreigingen. Theo stond in hogere zin gewonnen. Het bleef spannend tot en met de 13e  zet. Theo ruilde toen de dames en dat had hij niet moeten doen. Theo had de betere zet gezien, maar er toch van afgezien. Nu ontsnapte Ronald en was er een gelijke stand. Op de 23e zet biedt Theo remise aan, maar dat werd afgeslagen. Maar op de 38 zet toch remise op voorstel van Ronald (3 – 4).

Aad Juijn (1937) had zwart aan bord 3 tegen Adriaan Tieleman (1962). In de opening had Aad op de 11e zet een goede kans om een pion te winnen, en daardoor het betere van het spel te verkrijgen. Helaas ontging Aad deze kleine combinatie. Na dit verzuim sloeg zwart de verkeerde weg in, en kwam steeds lastiger te staan. Uiteindelijk kwam Aad met een zwakke loper te zitten, terwijl Adriaan over een ijzersterk paard beschikte. Aad probeerde nog in troebel water te vissen, en op eeuwig schaak te spelen. Adriaan pareerde een en ander uitstekend en kwam zelf tot een allesvernietigende koningsaanval.

Na de opgave van Aad verloren we dus met 3 – 5.

Theo (rv) speelt remise, en Aad verliest ...

Opvallend is dat de ratingverschillen soms enorm waren.  Aan 5 borden hadden de tegenstanders samen 789 ELO punten meer. Aan de andere 3 borden hadden wij 379 ELO punten meer. In totaal hadden de tegenstanders dus 410 ELO punten meer. Dan is 3 – 5 een uitslag die in overeenstemming is met het ratingverschil.

Tot slot, aardig voor webmaster Aad Juijn: één van de tegenstanders vroeg wie die grappige tekstballonnetjes boven de foto's op de website maakte.


Het artikel van deze wedstrijd dat in de lokale pers is verschenen leest u hier ...


De laatste twee partijen, de 3 - 5 nederlaag is in de maak ...

Verslag/Fotografie: Frans Groeneweg
Gedachtebeheer (“grappige tekstballonnetjes”): Aad Juijn




Een reactie posten